Woord Vooraf

   Nederlands        Deutsch
West Zeeuws Vlaanderen, Gemeente Sluis.
DE NEDERLANDSE WESTHOEK

Titel van de site.

‘Wudder’ is het West Zeeuws Vlaamse woord voor ‘Wij’.

Omgeving.

In de omgeving van de West Zeeuws Vlaamse dorpen zijn bij veel dorpen kreken (plassen) te vinden. Sommige daarvan dienen als waterberging als er veel regenwater gevallen is en in menige kreek zit ook veel vis. ( in enkele mag met vergunning gevist worden). De kreken hebben uiteraard ook een enorme aantrekkingskracht op de recreanten in West Zeeuws Vlaanderen.
In en langs de kreken kan men een enorme diversiteit aan (water) vogels vinden. De kreken zijn dan ook vaak beschermd natuurgebied.
Het verbaast menigeen dat de streek in het voorjaar zo’n diversiteit aan enkel al groene kleuren heeft van heel licht tot donkergroen wat in de herfst dan weer een waar kleurenspektakel geeft. Stedelingen vertellen mij wel eens dat hun de felheid van het licht zo opvalt.
De Gemeente Sluis grenst aan de Noordzee, de Westerscheldemonding en aan België (en uiteraard aan Oost Zeeuws Vlaanderen. Op de drukbevaren Westerschelde kan men de enorme zeeschepen bekijken, net als de kleine en grote jachten en binnenvaartschepen. Er wordt in de zomer langs de lange brede stranden volop gezwommen door de inwoners en de recreanten waaronder de vele dagjesmensen uit het achterland en het zeer nabij gelegen België.
Ook de Noordzee en Westerschelde zijn rijk aan vissoorten en kunnen zowel door beroepsvissers als door hobbyisten bevist worden.

De taal.

De taal in de verschillende dorpen in West Zeeuws Vlaanderen kan verschillen van dorp tot dorp. Waar men in het ene dorp bijv. spreekt van ‘vljis’, kan men in het andere dorp spreken van ‘vleis’, als men vlees bedoeld. Zo heet bijv. ‘kippevel’ ook wel ‘oendervleis’. (zie ‘dialect’ hieronder)
In de grensdorpen worden vaak heel andere woorden gebruikt dan in de dorpen aan de Noordzee/Westerschelde.
Deze taalverschillen vandorp tot dorp kent men ook in het aangrenzende VLAANDEREN in België.
Ook de uitspraak van de namen van de dorpen kunnen verschillen, zo spreken sommigen van ‘Kùzzaant’ of katzaant, maar ik heb ook wel mensen horen spreken over ‘kùrzaant” als ze Cadzand bedoelen.
Of bijv. Bressies of Breskùs, als ze Breskens bedoelen.
Ik heb enkele voorbeelden van verschillende in dialect gesproken woorden opgenomen en
die kunt u HIER beluisteren.

Wudder:

Voor de Belgen zijn wij ‘ollaanders’, voor de bewoners aan de andere kant van de Westerschelde (walcheren en zuid beveland) zijn wij ‘airekaanters’ en voor de Oost Zeeuws Vlaamse mensen zijn wij ‘het land van kik en hie’ (zie foto’s Oostburg).

De dorpelingen hebben in het verleden vaak bijnamen gekregen zoals enkele hieronder aangegeven.

Oostburg: Windmakers (vanwege een bepaald chauvinisme)
Aardenburg: Kikkers (voorheen leugenaars) (herkomst niet duidelijk)
Sluis: Kaaispugers (in een tijd van recessie stonden veel mannen aan de kaai en….)
Breskens: Vechtersbazen (Vroeger waren het kennelijk kemphanen)
Cadzand: Stoepschijters (afkomstig van een persoon die ruzie had met de buren en….)
Eede: tonnenrollers (men probeerde een nieuw spel uit te vinden met tonnen)
Groede: Papvreters (schijnen volgens de overlevering graag pap te eten)
Hoofdplaat: Krabben ( omdat ze direct aan de Westerschelde wonen)
Retranchement: Mensenbranders (“Men zegt” dat de inwoners zich hier in vroeger jaren schuldig aan gemaakt hebben).
Nieuwvliet: Hoenders (Wellicht gaan ze vroeg slapen, in de buurt ligt het hoederhof aan de hoenderweg.
Schoondijke: Maoneblussers (Maanblussers) (door de felle maan die opkwam dachten ze dat er ergens brand was en rukten uit om te gaan blussen)
Sint Kruis: Peperbussen (omdat de kerktoren nooit een spits heeft gehad en daarom op een peperbus leek.
Sint Anna Ter Muiden: Turken (vanwege de halve maan die ze in hun wapenschild voeren)
Ijzendijke: Azijnhalzen (naar een verhaal over een partij vaten azijn die vroeger in ijzendijke geleverd moesten worden)
Zuidzande: Zevendraaiers (De hoogste molen in de streek die 7 zolders heeft)
Draaibrug: Stoepschijters (herkomst niet bekend)

Molens in de streek:

(alle molens zijn terug te vinden op de foto pagina’s)

Cadzand: “Nooit gedacht” type Bergkorenmolen bouwjaar 1898
Nieuwvliet: Korenmolen type grondzeiler bouwjaar 1850
Retranchement: Open standerdmolen(staakmolen) bouwjaar 1643
Schoondijke: Bergkorenmolen bouwjaar 1884
Sluis: “de Brak” stellingmolen/ korenmolen bouwjaar 1739
Ijzendijke: Stellingmolen / bovenkruier bouwjaar 1841
Zuidzande: Beltmolen / korenmolen bouwjaar 1874

Vanuit Zeeuws Vlaanderen zijn de grote Vlaamse steden makkelijk te bereiken (met eigen vervoer). In deze steden zoals Brugge, Gent en Antwerpen zijn vele musea, gebouwen etc. die naar de oudheid verwijzen.