027_marolleput- info

 

 INFO

Om de info te lezen: scroll naar beneden
To read the info: scroll down
So lesen Sie die Informationen: Blättern Sie nach unten

 
bron: wikipedia.nl



NEDERLANDS

Marollenput

Marollenput of Marolleput is een buurtschap tussen Nieuwvliet en Oostburg.

De naam is afkomstig van het Zeeuws-Vlaamse woord marollen dat meerkoeten betekent en mogelijk, gezien de witte bles op het overigens zwarte verenkleed, aan kloosterzusters doet denken.

Marollenput is de plaats waar, na de inundatie van 1583 meerdere zeegeulen bij elkaar kwamen.

Vanuit het noorden kwam het Zwarte Gat, vanuit het oosten het Nieuwerhavense Gat, terwijl het zuidwesten via het Coxysche Gat in verbinding stond met het Zwin.

Deze samenloop leidde tot wantij, waardoor verzanding optrad en deze zeegaten spoedig niet meer voor de scheepvaart geschikt waren. Overigens werd een deel van het Zwarte Gat al in 1602 ingepolderd, waardoor de Groote Sint-Annapolder ontstond. De Van der Lingenspolder volgde in 1631.

Marollenput hoorde vanouds tot de gemeente Groede.

ENGLISH

Marollenput


Marollenput or Marolleput is a hamlet between Nieuwvliet and Oostburg.


The name comes from the Zeeland-Flemish word marolles which means coots and possibly reminds monastic sisters, given the white blaze on the otherwise black plumage.


Marollenput is the place where, after the inundation of 1583, several sea-gullies came together.
From the north came the Zwarte Gat, from the east the Nieuwerhavense Gat, while the southwest via the Coxysche Gat was connected to the Zwin.


This coincidence led to wanting, as a result of which silting occurred and these sea holes were soon no longer suitable for shipping. Incidentally, part of the Zwarte Gat was already reclaimed in 1602, which led to the Groote Sint-Annapolder. The Van der Lingenspolder followed in 1631.


Marollenput traditionally belonged to the municipality Groede.



 

TOP






DEUTSCH

Marollenput


Marollenput oder Marolleput ist ein Weiler zwischen Nieuwvliet und Oostburg.


Der Name kommt von dem zeeländisch-flämischen Wort marolles, das bedeutet Blässhühner und erinnert möglicherweise Klosterschwestern, angesichts der weißen Flamme auf dem ansonsten schwarzen Gefieder.


Marollenput ist der Ort, an dem nach der Überschwemmung von 1583 mehrere Meeresgullys zusammenkamen.


Von Norden kam die Zwarte Gat, von Osten die Nieuwerhavense Gat, während der Südwesten über die Coxysche Gat mit dem Zwin verbunden war.


Diese Koinzidenz führte zu einem Mangel, wodurch Verschlammungen auftraten und diese Seeschiffe bald nicht mehr für den Schiffsverkehr geeignet waren. Übrigens wurde ein Teil der Zwarte Gat bereits 1602 zurückerobert, was zum Groote Sint-Annapolder führte. Der Van der Lingenspolder folgte 1631.


Marollenput gehörte traditionell zur Gemeinde Groede.