Posted on Leave a comment

107 – De Travestiet

Travestiet

Een vertelling door Dre Welsuit

Omar keek naar de gepelde banaan in zijn handen, die voelde plakkerig aan. Buiten was het koud en onaangenaam door de harde wind.

Het was al vroeg donker door de aanhoudende sneeuw die maar bleef vallen.

Binnen voelde hij zich prettig vooral als hij met een glaasje rum dicht bij de open haard kon zitten.

Hij liep naar het raam zijn leven overpeinzend. Hij hield van  het huis, de  robuuste rivier. De huizen aan de overkant, de mensen, de geuren van het bos net buiten de stad en de spelende kinderen op het plein.


Tientallen mensen met problemen had hij kunnen helpen, wat hem een bevredigend gevoel gaf. Mensen konden de vreemdste problemen hebben en daar zwaar onder lijden. Omar zag het als een gave om de psychische pijn van mensen te verlichten door hen alle mogelijke therapieën aan te bieden, die in negenennegentig procent van de gevallen ook hielpen.

Hij zag iemand in zijn richting komen. Het was Bert.  Bert was een verwaande patiënt met lange valse wimpers en grote lippen. Als travestiet altijd gekleed in vrouwenkleren.

Zijn vrienden vonden hem altijd een beetje griezelig, deze sierlijke reus.

Hij was niet onaardig maar vreemd en extravagant.

Maar zelfs op een dergelijk persoon, die overigens altijd klaar stond voor een ander, was Omar ook  niet voorbereid voor wat er vandaag  te gebeuren stond.

De sneeuw joeg door de harde wind in Bert zijn gezicht toen hij aankwam bij het huis van Omar. Hij klopte de sneeuw van zijn jas en schopte de sneeuw van zijn schoenen tegen de muur,  voordat hij aanbelde.

Omar was als psycholoog wel een en ander gewend aan bijzondere of vreemde gedragingen van mensen maar hij had toch wel een speciale interesse in Bert, professioneel gezien. Nog steeds wriemelend aan de verweerde banaan, liet hij Bert binnen.

Ze keken elkaar aan. Bert hoopvol in de verwachting dat hij geholpen zou worden, of dat zijn verwachtingen beantwoord zouden worden,  Omar met een diepe interesse over wat Bert nu weer te berde zou brengen.

“Ik ben een vrouw,” zei Bert “en dat weet jij ook maar al te goed!”

“Hou van mij, niemand houdt van mij!”

“Ik doe alles voor je, vraag het en ik doe het.”

Hoopvol en met vochtige ogen keek Bert Omar aan.

Het was een noodkreet zoals Omar er al vele in zijn jarenlange carrière gehoord had.

Hij gooide peinzend de bananenschil in de afvalbak en draaide zich om naar Bert.

“Bert, ik hou van jou als individu, als mens, als persoon en ik wil proberen je te helpen waar ik maar kan,  maar ik kan niet van jou houden op de manier waarop jij dat zou willen!”

Bert zeeg ineen en zei: ”niemand houdt van mij!”

Met gebogen hoofd verdween Bert enige tijd later weer in de duisternis.

0 0 vote
Article Rating
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments