Posted on Leave a comment

301 – Dirk-Jan en de vier zwarte Eenhoorns.

eenhoorn
eenhoorn

Dirk-jan en de vier zwarte Eenhoorns

Een sprookje van Dre Welsuit

In het dorpje Oostburg woonde een  dikke jongen genaamd, Dirk-jan Andeweg. Hij was onderweg naar zijn tante Annie in Cadzand, toen hij besloot een kortere weg te nemen door het bos van Erasmus.

Het duurde niet lang voordat Dirk-Jan verdwaalde. Hij keek om zich heen, maar hij zag alleen bomen. Nerveus voelde hij in zijn rugzak naar zijn favoriete knuffel, Hennie Aap, maar Hennie de aap was nergens te vinden! Dirk begon in paniek te raken. Hij was ervan overtuigd dat hij Hennie had ingepakt. Tot overmaat van ramp begon hij honger te krijgen.

Geheel onverwacht zag hij een zwarte eenhoorn zoals hij die kende uit zijn eigen dorp, verdwijnen achter de bomen.

“Hoe vreemd!” dacht Dirk.

Omdat hij nieuwsgierig was, besloot hij de eenhoorn te volgen. Misschien kon die hem de weg uit het bos vertellen.

Uiteindelijk bereikte de  eenhoorn  een open plek  die was  omringd door 5 huizen, gemaakt van verschillende soorten eten. Er was een huis gemaakt van drop, een huis gemaakt van Zeeuwse Bolus, een huis gemaakt van muffins, een huis gemaakt van Groese paptaart en een huis gemaakt van pannekoek.

Dirk-jan hoorde zijn buik rommelen. Door te kijken naar de huizen kreeg hij nog meer honger.

“Hallo!” riep hij, “Is daar iemand?”

Niemand gaf antwoord.

Dirk-jan keek naar het dak van het dichtstbijzijnde huis en vroeg zich af of het onbeleefd zou zijn om de schoorsteen van dat huis op te eten.   Het zou duidelijk onbeleefd zijn om een ​​heel huis te eten, maar misschien zou het acceptabel zijn om aan een vreemde woning te knabbelen of  te likken, in een tijd van nood.

Een gil sneerde door de lucht en  verschrikt keek Dirk-Jan om. Een heks sprong plotseling van haar bezem  in de open ruimte voor de huizen. Ze had een kooitje mee en in die kooi zat…. Hennie Aap!

“Hennie!” schreeuwde Dirk-Jan. Hij wendde zich tot de heks. “Dat is mijn knuffel!”

De heks haalde haar schouders op.

“Geef Hennie terug!” riep Dirk.

“Nooit or never!” zei de heks, die op de heksenschool naast toveren ook nog Engels geleerd had.

“Laat Hennie tenminste uit die kooi!” smeekte Dirk-Jan die begreep dat de heks de macht over Hennie had.

Voordat ze kon antwoorden, renden vier zwarte eenhoorns de open plek op via een voetpad aan de andere kant van de open plek. Dirk-jan herkende de eenhoorn, die hij eerder had gezien. De heks leek hem ook te herkennen.

“Hallo grote eenhoorn,” zei de heks.

“Goedemorgen” zei de eenhoorn  “en wie is dit?”

“Dat is mijn vriendje Hennie,” legde de heks uit.

“Ooh! Hennie zou er prachtig uitzien in mijn eigen huis. Geef hem aan mij!” smeekte de eenhoorn.

De heks schudde haar hoofd. “Hennie blijft bij mij!”

“Ehhhm … Sorry …” onderbrak Dirk-Jan. “Hennie woont bij mij! En niet in een kooi! En deze heks heeft hem gestolen”

De grootste eenhoorn negeerde hem. “Is er niets waarvoor je voor hem wilt ruilen?” vroeg hij aan de heks.

De heks dacht even na en zei toen: “Ik word graag vermaakt. Ik zal hem geven aan iemand die een hele voordeur van een van deze huizen kan opeten.”

De grootste eenhoorn keek naar het huis van drop en zei: “Geen probleem, ik zou een heel huis van drop kunnen eten als ik dat wilde.”

“Dat is niets”, zei de tweede eenhoorn. “Ik zou twee huizen kunnen eten.”

“Het is niet nodig om op te scheppen,” zei de heks. Eet gewoon een voordeur en je mag je Hennie de Aap hebben. ‘

Dirk-jan keek toe en voelde zich erg bezorgd. Hij wilde niet dat de heks Hennie de Aap aan die grote eenhoorn gaf. Hij dacht niet dat Hennie graag met een grote zwarte eenhoorn zou leven, weg van zijn huis, zijn vriendjes en al zijn andere speelgoed.

De andere drie eenhoorns keken toe terwijl de grote eenhoorn zijn slabbetje aandeed en naar het huis van drop liep.

“Ik zal dit hele huis opeten,” zei de grote eenhoorn. “Let maar op!”

De grote eenhoorn brak een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van drop. Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer,

en meer, en nog meer.

Uiteindelijk begon de grote eenhoorn groter te worden – eerst een beetje groter. Maar na nog een paar hapjes drop, groeide hij uit tot hij leek op een een soort  grote zwarte sneeuwbal,  hij was net zo rond.

“Euh … Ik voel me niet zo goed,” zei grootste eenhoorn.

Plots begon hij te rollen. Hij was zo rond gegroeid dat hij niet meer rechtop kon staan.

“Help!” riep hij, terwijl hij de helling bij de open plek afrolde in de richting van een kreek.

Grote eenhoorn heeft de voordeur gemaakt van drop nooit helemaal opgegeten en Hennie de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

De iets kleinere, tweede eenhoorn  stapte naar voren en liep naar het huis gemaakt van muffins.

“Ik zal dit hele huis opeten,” zei de tweede eenhoorn. “Let maar op!”

De tweede eenhoorn trok een hoek van de voordeur van het huis gemaakt van muffins. Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer.

En meer, en meer en nog meer.

Na een tijdje begon de tweede eenhoorn er een beetje misselijk uit te zien. Hij werd groener …, en groener….

Toen liep er een houthakker  de open plek op. “Wat doet deze struik hier?” vroeg hij terwijl hij wees op de groen geworden eenhoorn.

“Ik ben geen struik, ik ben een eenhoorn!” zei de tweede eenhoorn.

“Het praat!” riep de houthakker. “Die pratende struiken zijn verschrikkelijk. Ik kan hem beter weghalen voordat iemand er gek van wordt!

“Nee wacht!” riep de tweede eenhoorn, terwijl de houthakker hem oppakte en meenam. De houthakker negeerde zijn geschreeuw en droeg de eenhoorn weg onder zijn arm.

De tweede eenhoorn heeft nooit heel de voordeur van muffins  opgegeten en Hennie de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

De derde eenhoorn stapte naar voren en benaderde het huis gemaakt van Groese paptaart.

“Ik zal dit hele huis opeten,” zei de derde eenhoorn. “Let maar op!”

De derde eenhoorn trok een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van Groese paptaart. Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer, en meer en nog meer.

Na vijf of zes taartjes begon de kleine aap ter plekke ongemakkelijk aan zijn buikje te friemelen.

Hij stopte even met het eten van de Groese paptaart en nam toen nog een hap.

Maar voordat hij het kon eten, kwam er een almachtig gebrul. Een boer luider dan een raket die opstijgt , kwam uit zijn buik naar boven en duwde derde eenhoorn de lucht in.

“Aggghhhhhh!” riep de derde eenhoorn. “Ik heb hoogtevrees!”

Derde eenhoorn werd nooit meer gezien.

Derde  eenhoorn heeft nooit heel de voordeur van Groese paptaart gegeten en Hennie de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

Piccolo, de aller kleinste eenhoorn van de vier  stapte naar voren en ging naar het huis gemaakt van Zeeuwse Bolus.

“Ik zal dit hele huis opeten,” zei Piccolo. “Let maar op!”

Piccolo trok een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van Zeeuwse Bolus, slikte het glimlachend in en ging terug voor meer en meer en nog meer.

Bij de volgende hap viel het eten echter  uit de mond van Piccolo. Hij probeerde er nog een hand vol Zeeuwse Bolus in te stoppen, maar nogmaals, het eten viel eruit. Er was gewoon niet genoeg ruimte in zijn buikje.

“Dit is gewoon niet eerlijk!” zei Piccolo en stampte boos het bos in.

Piccolo heeft nooit de voordeur van Zeeuwse Bolus  helemaal opgegeten en  Hennie de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

“Dat is het,” zei de heks. “Ik win. Ik mag Hennie de aap houden.”

“Niet zo snel,” zei Dirk-jan. ‘Er is nog één voordeur. De voordeur van het huis is gemaakt van pannenkoek. En ik heb nog geen beurt gehad.

“Ik hoef je geen beurt te geven!” lachte de heks vals.

“Mijn spel. Mijn regels.”

I am the Queen onder de heksen! (hè dacht Dirk-Jan, wat een rare heks)

De zware stem van de houthakker klonk door het bos. “Ik vind dat je hem een ​​kans moet geven. Het is alleen maar eerlijk.”

“Goed,” zei de heks. ‘Maar je hebt gezien wat er met de eenhoorns is gebeurd. Hij zal het niet lang volhouden.’

‘Ik ben zo terug,’ zei Dirk-jan.

“Wat?” zei de heks. ‘Waarom ben je niet ongeduldig? Ik dacht dat je Hennie de aap terug wilde?’

Dirk-Jan  negeerde de heks en verzamelde een flinke stapel stokken. Hij kwam terug naar de open plek en stak een klein kampvuur aan. Voorzichtig brak hij een stuk van de deur van het huis gemaakt van pannenkoek en roosterde het boven het vuur. Nadat het een beetje was gewarmd en daarna  afgekoeld, nam hij een hap. Hij verslond snel het hele stuk.

Dirk-jan ging zitten op een stuk  boomstam dat vlakbij lag.

“Jij faalt!” kakelde de heks. “Je moest de hele deur opeten.”

“Ik ben nog niet klaar,” legde Dirk-Jan uit. “Ik wacht gewoon met mijn eten.”

Toen het eten van Dirk-jan was verteerd, brak hij een ander stuk van de deur af, gemaakt van pannenkoek. Opnieuw roosterde hij zijn eten boven het vuur en wachtte tot het een beetje afkoelde. Hij at het rustig op en wachtte tot het verteerd was.

Uiteindelijk, na verschillende keren, nam Dirk-jan  het laatste stuk van de deur gemaakt van pannenkoek. Voorzichtig roosterde hij het en liet het een beetje afkoelen. Hij beëindigde zijn laatste stuk. Dirk-Jan had de hele voordeur van het huis, gemaakt van pannenkoek, opgegeten.

De heks stampte boos met haar voet. “Je moet me bedrogen hebben!” ze zei. “Ik beloon vals spelen niet!”

“Ik denk het niet!” zei een stem. Het was de houthakker. Hij liep terug naar de open plek en droeg zijn grote hakbijl over zijn schouder. ‘Deze kleine jongen heeft eerlijk gewonnen. Overhandig nu Hennie de aap of ik hak je bezemsteel doormidden.’

De heks schrok erg. Ze greep haar bezem en plaatste deze achter haar rug. Toen opende ze de deur van de kooi en vloog boos weg op haar bezem.

Dirk-jan rende naar de kooi toe en greep Hennie de aap vast knuffelde hem als nooit tevoren en controleerde of zijn favoriete speelgoed in orde was.

Gelukkig was Hennie de aap helemaal ongedeerd.

Dirk-jan bedankte de houthakker, die hem de weg uit het bos wees en haastte zich naar zijn tante  Annie in Cadzand. Het begon al donker te worden.

Toen Dirk-jan bij tante Annie thuis kwam, sloeg hij zijn armen om haar heen.

“Ik was zo bezorgd!” riep Annie. “Je bent heel laat.” Heb je honger?

Dirk-Jan zei dat hij zo  vol zat dat hij  geen ‘pap’ meer kon zeggen.

Daarna beschreef Dirk-jan  zijn avontuur in het bos van Erasmus en hij kon  zien dat tante Annie hem niet geloofde. Dus pakte hij een servet uit zijn zak.

“Wat is dat?” vroeg Annie.

Dirk-jan deed het servet open. “Groese paptaart!” hij zei want hij had toch stiekem nog een stukje eten meegenomen voor onderweg.

Annie viel bijna van haar stoel van schrik en ongeloof.

Dus toch….

0 0 vote
Article Rating
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments