Posted on Leave a comment

110 – Petit Paris

wijn

Petit Paris 

Een kort verhaal

door Dre Welsuit

wijnFons Hermans dacht weer aan Susan Buyse. Susan was een prachtige verschijning, ogen waaruit een jeugdige  vurige energie straalde een figuurtje om door een ringetje te halen en prachtig golvend donker haar waar een glanzende gloed overheen scheen. Suzan was blakend van gezondheid en straalde een sprankelende energie uit.

Fons zat achterover geleund in zijn fauteuil en dacht na over zijn leven. Zijn buitenechtelijke affaire met Hella, iets wat hem heel zijn verdere leven bezig gehouden had. Hij was verknocht aan Petit Paris zoals men IJzendijke ook wel noemde om de vele café’s die IJzendijke rond het jaar 1900 had. IJzendijke met haar prachtige molen, het ravelijn, de vriendelijke mensen en de prachtige omgeving.

Ze zou deze avond weer langs komen, Suzan van wie hij altijd al gehouden had, die hij van dicht bij als baby al had zien opgroeien  en voor wie hij alles wilde doen. Suzan was opgegroeid in het gezin van Hella en haar man Willy. Willy was op vrij jonge leeftijd overleden en Hella was van kinds af aan bevriend  geweest met Carolien, de echtgenote van  Fons van wie hij na een kinderloos huwelijk na 10 jaar,  gescheiden was. Niet omdat ze kinderloos waren, maar omdat ze niet de gemeenschappelijke interesse hadden waarvan voorheen ze dachten dat ze die wél hadden. In goed overleg waren ze dan ook uit elkaar gegaan.

Fons slikte. Hij had naar zijn eigen spiegelbeeld gekeken. Het was alsof hij zichzelf weer zag als jonge twintiger, sprankelende ogen en gezond blinkend donker haar. Als leraar wiskunde werkte hij aan het Zwin college in Oostburg waar hij werd gerespecteerd door zowel de collega’s leraren als de leerlingen

Maar ook al was hij een geliefd persoon, bij hem zelf bleef zijn affaire uit het verleden aan hem knagen, wat hij uiteraard aan niemand vertelde.

Suzan kwam graag langs bij Fons, ze kende hem al sedert haar vroege jeugd, vertrouwde hem volledig en omdat de aardige en altijd hulpvaardige Fons er ook nog eens goed uitzag voor zijn leeftijd (in de ogen van Suzan), was zij stiekem verliefd op hem geworden wat reeds zo was sinds de pubertijd van Suzan. Natuurlijk had zij daar nooit over gesproken met haar moeder en zeker niet met Fons.

Op de middelbare school had Fons haar vaak na schooltijd geholpen met wiskunde, wat hij graag deed voor haar.

De maan scheen door de ramen als een licht gloeiende lamp, waardoor Fons kalm werd. Hij tikte de as van zijn sigaar rustig af in de asbak die voor hem stond en nam nog een slok van zijn glaasje Bordeaux.

De bel ging en Fons wist dat het Suzan was omdat ze om deze tijd afgesproken hadden.

Susan kwam binnen met haar ontwapenende lach en ging zitten op de rand van de zetel waar Fons zojuist nog in gezeten had.

Ze keken elkaar met gemengde gevoelens aan, zoals twee verliefde mensen,  tijdens een zeer romantische Valentijns maaltijd, met orkestmuziek op de achtergrond.

Fons bestudeerde Susan’s uiterlijk en uiteindelijk haalde hij diep adem. ‘Het spijt me,’ begon Fons verontschuldigend, ‘maar ik ben je een verklaring schuldig, en ik begrijp dat je me nooit weer zult willen zien.

Suzan’s mond viel wijd open en haar opengesperde ogen keken hem met verbazing aan, wachtend op een verdere uitleg.

Susan zag er plotseling gespannen uit, maar wat Fons haar te vertellen had, aan die mogelijkheid had ze nooit,  ook maar een moment  gedacht.

Fons keek haar aan, nog steeds kalm  en ving nog steeds haar strak gespannen blik op. Toen moest het er uit, na jaren van opgekropt sentiment en angst voor dit moment.

‘Susan, ik ben je vader’, zei Fons.

Fons kon de verwarring in Susans  ogen lezen, het ongeloof, de onwil tot acceptatie, misschien het bedrog, Wat was het?

“Suzan, praat er over met je moeder, ze zal het verder uitleggen en je bent welkom als altijd” zei Fons met trillende stem en opwellende tranen in zijn ogen.

Zonder een woord te zeggen, verward, verdrietig en gedesillusioneerd verliet Suzan het huis van Fons….



















Posted on Leave a comment

109 – Mehmet en Mahraj

Mehmet en Mahraj

Enkele tientallen jaren geleden leefde er in Algerije in het bergdorpje  Beni Yeni, een jongetje dat Mehmet heette.

Mehmet was een jongetje van 8 jaar en groeide op in een typische berber familie waarin de grootste rijkdom van de familie bestond uit Mehmet, zijn 3 broers en zijn 7 zussen.

De familie had niet veel bezittingen buiten de 5 geiten een klein stukje land dat net genoeg opleverde om met de familie van te kunnen leven, en een hond.

Mehmet werd als enige ( en tevens jongste lid van de familie ) gezien als een intelligent jongetje.

Vaak als hij in gesprek was met zijn ouders of broers en zussen, maakt hij als klein kind reeds opmerkingen die men alleen van volwassenen verwachte.

Geen enkele van de kinderen was ooit naar school geweest en ze leefden allemaal het eenvoudige leven in Beni Yeni dat al honderden jaren zo bestond.

De ouders van Mehmet hadden besloten dat Mehmet naar school zou moeten gaan, wat niet eenvoudig was want de dichtstbijzijnde school lag op anderhalf uur lopen van het bergdorp.

Toch waren de ouders vastberaden dat Mehmet naar school zou gaan en zo gebeurde het ook.

De eerste paar keer dat Mehmet naar school moest, werd hij vergezeld door zijn oudste broer en na een paar keer wist hij alleen de weg wel te vinden en in het  vervolg ging hij dan ook alleen naar school.

Thuisgekomen vertelde hij zijn ouders en broers en zussen over wat hij gedaan had op school. Hij leerde er lezen en schrijven, wat niemand in de familie kon. Ook rekenen en aardrijkskunde. De familie vond het eigenlijk maar een beetje raar, want wat heb je nu aan aardrijkskunde en waarom moest je kunnen rekenen.

Belangrijker was het om te weten welke groenten je moest planten om op tijd te kunnen oogsten en hoe je een geit moest slachten en hoe je het vlees het beste kunt bewaren en wat je allemaal met de melk kunt doen.

Ook al gaf zijn famile er niets om, Mehmet leerde graag en ging graag naar school, waar hij al snel nieuwe vriendjes had.

Op een dag werd en ‘in de familie’ een geitje geboren. Het diertje was vanaf de eerste minuut al bijzonder in de ogen van Mehmet, die bij de geboorte aanwezig was geweest.

“Papa, mag ik hem hebben?”, smeekte Mehmet zijn vader. Omdat Mehmet de jongste was streek Mehmet’s vader over zijn hart en zei: ”Ok je mag hem hebben, maar je moet er goed voor zorgen.”

Mehmet was maar wat in zijn nopjes met zijn geitje en noemde het geitje “Mahraj”, wat zoiets als grappenmaker betekende.

Elke dag zorgde Mehmet voor Mahraj, gaf hem te eten en gaf hem elke dag een beetje extra melk, wat eigenlijk niet mocht van zijn vader, maar ja, het was nu eenmaal zijn favoriet.

Mahraj maakte de gekste sprongetjes en mekkerde met een heel apart geluid, dat direct door iedereen te herkennen was. Ook Mahraj had als favoriete verzorger Mehmet, wat niet te verwonderen was natuurlijk.

Soms kwam Mahraj even binnen kijken met zijn kop net voorbij de deur om te zien waar Mehmet was, maar hij mocht natuurlijk niet binnen in huis komen.

Na de zomer vakantie waarin Mahraj geboren was, moest Mehmet weer naar school en Mehmet die gewoonlijk in de weide vlak bij het huis liep, achtervolgde Mehmet toen hij naar school liep.

De vader van Mehmet liep achter hem aan en haalde Mahraj terug naar huis. Enige tijd later was Mahraj verdwenen. Toen Mehmet in de namiddag naar huis kwam, liep Mahraj vrolijk etend en springend naast hem.

“Mahraj is mij gevolgd, helemaal naar school,” Vertelde Mehmet aan zijn ouders die erg verbaasd waren.



Mahraj moet wel thuisblijven terwijl jij naar school gaat zeiden zijn ouders en de volgende dag hielden ze Mahrai vast tot Mehmet uit het zicht verdwenen was. Daarna lieten ze hem los in de wei en enige tijd later was Mahraj weer verdwenen. Dit gebeurde zo enkele dagen en elke dag kwam Mehmet met mahraj uit school naar huis, wat zijn ouders bleef verbazen. Het leek wel een hond, deze geit die zo trouw zijn baasje volgde.

Inmiddels was Mehmet 12 jaar geworden en de volgende dag was de trouwdag van zijn zus Fatma.

De familie van Fatma en haar aanstaande man waren overeengekomen dat het bruiloftsfeest bij Mehmet thuis gehouden zou worden omdat de man van Fatma ver weg woonde.

Alle voorbereidingen waren getroffen om een vrolijk feest te houden, zoals de kleding die speciaal voor deze gelegenheid gemaakt werd, het eten en het drinken werd in overvloed klaargezet voor deze ene keer.

Iedereen was in een opperbest humeur, behalve Mehmet.

Mehmet was namelijk Mahraj kwijt. Overal had hij al gezocht in en om het huis, in de weide, verderop de berg op, nergens was Mahraj. Triest en vertwijfeld ging hij naar zijn vader om te vertellen dat Mahraj kwijt was. “Die komt wel terecht” zei zijn vader, mischien is hij alleen naar jouw school gelopen, “we zullen wel zien”. “Ga maar buiten spelen want nu heb ik het te druk met de voorbereidingen voor de bruiloft van morgen.“

De volgende dag was de bruilofte en het was een reuze gezellig feest voor iedereen, behalve voor Mehmet.

Mehmet die de hele dag had lopen zoeken naar Mahraj, kon hem nergens vinden, hij was zelfs al tot aan school gelopen, maar geen Mahraj.

Tijdens de bruiloft mocht hij zijn ouders niet lastig vallen want die hadden het te druk met feesten.

De dag na de bruiloft zei Mehmet’s vader. “ik zal eens helpen zoeken” en samen met Mehmet zochten ze de hele omgeving af, terwijl zijn vader hem af en toe met een medelijdende blik aankeek.

“Misschien is hij van de berg gevallen of aangevallen door een wild dier,” Zei de vader van Mehmet.

“Ik weet het ook niet meer maar we moeten naar huis.”

Vanaf die dag ging Mehmet alleen naar school zonder Mahraj.

Het heeft nog vele jaren geduurd eer Mehmet in de gaten kreeg, waar Mahraj, een dag voor de bruiloft van Fatma, gebleven was.

Posted on 17 Comments

108 – Harry

biertje

Harry

Een vertelling door Dre Welsuit

Het was niet druk in café de schuimkraag op de hoek van de straat waar Harry woonde.

Harry was een vaste klant van het café sinds hij hier was komen wonen.

Harry, 53 jaar oud met steeds minder grijs haar op zijn hoofd, wat gecompenseerd werd door zijn

ringbaardje, dat soms meer op een lange sliertige sik leek dan op een goed onder houden baardje.

Ik moest in IJzendijke zijn voor zaken. Als verzekeringsagent kwam ik vaak bij de mensen thuis en ik verkocht alles wat te maken had met verzekeringen van autoverzekering tot inboedel, glas verzekering woonhuis, wat je maar verzekeren kon.

Ijzendijke was een van mijn favoriete plaatsen in de gemeente Sluis in West Zeeuws Vlaanderen vanwege de mooie markt met de oude gebouwen die er stonden. Het dorp zelf was erg sfeervol en er waren ook naast de markt leuke straatjes met oude gebouwen of herinneringen aan vervlogen dagen.

In vroeger dagen had IJzendijke wel honderd-en-tien cafeetjes geteld maar dat was nu met de 5 cafeetjes die nog over waren wel wat anders. Niet voor niets werd IJzendijke in vroeger dagen ook wel ‘petit Paris’ genoemd.

Harry zat aan de bar met een glaasje bier voor zich, halfvol zou de een zeggen, halfleeg zou de ander zeggen.

Het was half tien in de ochtend en persoonlijk vond ik het nog een beetje vroeg om al een biertje of andere alcoholische drank te nuttigen, maar iedereen staat vrij te doen wat hij of zij wil.

Aan een tafel in de hoek van het café zat een vrouw, een dame wil ik het niet noemen, die er tamelijk onverzorgd uitzag en ook zij was op dit uur al aan haar hoeveelste? biertje bezig.

Ik ging naast Harry op de barkruk zitten en bestelde een koffie bij de barman Alfred, die ik min of meer kende omdat ik vaker in de ochtend een kopje koffie bij hem kwam halen.

Harry had ik ook vaker gezien in het café maar nog nooit met hem gesproken.

“Doe mij nog een pilsje.”zei Harry tegen Alfred, terwijl hij het restant uit zijn glaasje achterover kipte.

Zonder een woord te zeggen tapte Alfred een nieuw glaasje voor Harry.

“Mooi weer vandaag,” zei ik tegen Alfred en Harry tegelijk, in de hoop een gesprekje te kunnen aanknopen.

“Ja,  ik hoop dat het nog een tijdje zo blijft,” zei Alfred, “goed voor het terras.”

Harry keek mij schuin aan en zei mompelend, “mooi weer, mooi weer, het is hier altijd klote weer.“

“Een dag schijnt de zon en dan regent het weer de hele week.”

“In Zuid Afrika,”ging hij verder, “waar ik 30 jaar gewoond heb, dáár was het mooi weer, en niet zomaar een dag zoals  hier, maar meestal!”

Hij pakte een pakje shag uit zijn bovenzakje en begon een sigaretje te rollen.

“Verder is er hier niks mis hoor,” zei hij vergoelijkend, maar het weer is altijd klote hier.”

“Dus u komt uit Zuid Afrika,”zei ik tegen Harry, “bent u daar geboren en hoe komt u dan in IJzendijke terecht?  vroeg ik belangstellend.

“Ik ben niet in Zuid Afrika geboren maar  hier in IJzendijke.”zei Harry. “Alles in het leven is afhankelijk van toeval.”

“Mijn ouders hadden hier een winkeltje in garen en ritsen en ik heb thuis gewoond tot ik 23 jaar was.”

Op mijn drieëntwintigste kwam ik Hellie tegen, een verpleegster die stage liep in het ziekenhuis in Oostburg. “Zij kwam uit Zuid Afrika, uit Pretoria.” “het was liefde op het eerste gezicht, daar kun je nu eenmaal niets aan doen.”

Harry stond op en ging buiten op het terras zitten en stak zijn sjekkie op, rokend en peinzend in de verte voor zich uit starend.

Nadat het sjekkie bijna zijn vingers schroeide, gooide hij het op straat en kwam  terug naar binnen en nam weer plaats naast mij.

“Alfred, doe mij er nog eentje,” riep de vrouw in de hoek die inmiddels verdiep was geraakt in de krant van gisteren.

Toen Alfred weer terug achter de bar stond, vroeg ik om een tweede kopje koffie.

“Weet je wat het is?” zei Harry nadat hij weer een slok van zijn biertje genomen had dat inmiddels helemaal doodgeslagen was. “ Mensen leven teveel naast elkaar in plaats van mét elkaar.

“In Zuid Afrika hadden we allemaal groepen, weliswaar witte mensen en zwarte mensen maar de mensen leefden in gemeenschap.” Hier zie je hooguit 2 stelletjes die bij elkaar horen maar meestal zijn de mensen met z’n tweeën of alleen. Dat zag je in Zuid Afrika nooit.

“Hellie was een lief en eenvoudig mens, altijd bezig met het helpen van andere mensen wit en zwart

en in niemand zag ze enig kwaad.”

“Zuid Afrika is erg gewelddadig meneer, zei Harry, “dat is de reden dat ik teruggekomen ben.”

“Hellie werd op een dag gewoon op straat toen ze naar huis kwam, beroofd en doodgeschoten.”

“Ik kan er nog steeds niet mee omgaan en om het achter mij te laten ben ik hierheen gekomen.“

“Niet Hellie hoor, die vergeet ik nooit, maar de omgeving, het leven daar, stuitte mij daarna enorm tegen de borst.” We hadden geen kinderen en dat is maar goed ook. “Wat erg voor je,”zei ik.

“Alfred, doe mij nog een pilsje,” zei Harry.

Ik betaalde de koffie en verliet het café.

biertje
Posted on Leave a comment

107 – De Travestiet

Travestiet

Een vertelling door Dre Welsuit

Omar keek naar de gepelde banaan in zijn handen, die voelde plakkerig aan. Buiten was het koud en onaangenaam door de harde wind.

Het was al vroeg donker door de aanhoudende sneeuw die maar bleef vallen.

Binnen voelde hij zich prettig vooral als hij met een glaasje rum dicht bij de open haard kon zitten.

Hij liep naar het raam zijn leven overpeinzend. Hij hield van  het huis, de  robuuste rivier. De huizen aan de overkant, de mensen, de geuren van het bos net buiten de stad en de spelende kinderen op het plein.


Tientallen mensen met problemen had hij kunnen helpen, wat hem een bevredigend gevoel gaf. Mensen konden de vreemdste problemen hebben en daar zwaar onder lijden. Omar zag het als een gave om de psychische pijn van mensen te verlichten door hen alle mogelijke therapieën aan te bieden, die in negenennegentig procent van de gevallen ook hielpen.

Hij zag iemand in zijn richting komen. Het was Bert.  Bert was een verwaande patiënt met lange valse wimpers en grote lippen. Als travestiet altijd gekleed in vrouwenkleren.

Zijn vrienden vonden hem altijd een beetje griezelig, deze sierlijke reus.

Hij was niet onaardig maar vreemd en extravagant.

Maar zelfs op een dergelijk persoon, die overigens altijd klaar stond voor een ander, was Omar ook  niet voorbereid voor wat er vandaag  te gebeuren stond.

De sneeuw joeg door de harde wind in Bert zijn gezicht toen hij aankwam bij het huis van Omar. Hij klopte de sneeuw van zijn jas en schopte de sneeuw van zijn schoenen tegen de muur,  voordat hij aanbelde.

Omar was als psycholoog wel een en ander gewend aan bijzondere of vreemde gedragingen van mensen maar hij had toch wel een speciale interesse in Bert, professioneel gezien. Nog steeds wriemelend aan de verweerde banaan, liet hij Bert binnen.

Ze keken elkaar aan. Bert hoopvol in de verwachting dat hij geholpen zou worden, of dat zijn verwachtingen beantwoord zouden worden,  Omar met een diepe interesse over wat Bert nu weer te berde zou brengen.

“Ik ben een vrouw,” zei Bert “en dat weet jij ook maar al te goed!”

“Hou van mij, niemand houdt van mij!”

“Ik doe alles voor je, vraag het en ik doe het.”

Hoopvol en met vochtige ogen keek Bert Omar aan.

Het was een noodkreet zoals Omar er al vele in zijn jarenlange carrière gehoord had.

Hij gooide peinzend de bananenschil in de afvalbak en draaide zich om naar Bert.

“Bert, ik hou van jou als individu, als mens, als persoon en ik wil proberen je te helpen waar ik maar kan,  maar ik kan niet van jou houden op de manier waarop jij dat zou willen!”

Bert zeeg ineen en zei: ”niemand houdt van mij!”

Met gebogen hoofd verdween Bert enige tijd later weer in de duisternis.

Posted on Leave a comment

106 – Katty’s bedrog

dolk

Katty’s bedrog

Een kort verhaal door Dre Welsuit  

Katty had altijd al van het lawaaierige Leiden gehouden waar ze graag studeerde,

Dagelijks was het een drukte van belang van lachende en roepende dan wel schreeuwende studenten.

Ze was een meelevende, liefelijke jongedame . Ze stond bekend als een allemansvriend.  Ze hielp graag mensen en deed geregeld vrijwilligerswerk.

Kathy liep naar het raam en dacht na over haar leven in Leiden. De maan scheen als een glimmende spiegel op de vijver in de voortuin van de universiteit.

Er werd aan de deur gebeld, het was Emmie.


Als ze nu geen zin had om met iemand te spreken dan was het wel met Emmie.

Toen ze de deur opende en Emmie dichterbij kwam, kreeg ze een angstig gevoel.

‘Kijk Katty,’ gromde Emmie met een kwade blik die Kathy deed denken aan een ongelukkige liefde uit haar verleden.  ‘Het is niet dat ik niet van je hou, maar ik wil mijn geld terug. Je bent me 763 euro schuldig.’

Katty keek verrast, “ik zou  zelf bepalen wanneer ik je zou terugbetalen, was de afspraak toch”?

Ze keken elkaar wantrouwend aan.

“Ja maar je zou binnen 3 maanden terugbetalen was de afspraak ook hè, weet je nog? Dus waar is mijn geld, ik heb het zelf nodig en wel nu direct”!

Katty keek Emmie aan die een zeer gespannen indruk maakte. Uiteindelijk haalde ze diep adem. ‘Ik ben bang dat ik mezelf failliet heb verklaard’, zei Katty. “Je krijgt nooit je geld.”

“Nee!” wierp Emmie tegen. “Jij liegt!”

“Doe dat weg” antwoordde Katty, toen Emmie een dolk met bloedgleuf uit haar tasje haalde.

 

dolk

Emmie zag er boos uit, haar geopende lege portemonnee in de lucht houdend.

Teruggeven of er gebeuren ongelukken!

 

Katty deinsde terug en zei ik kan niet betalen ik heb het geld niet!

Emmie was buitenzinnig en maakte een swingende beweging naar Katty. Zonder het te bedoelen raakte ze de keel van Katty waar het bloed meteen uitspoot. Even later viel ze neer.

Verschrikt keek Emmie naar Katty die levensloos op de grond lag. Het was nooit de bedoeling geweest haar te doden, ze wilde haar alleen schrik aanjagen zodat ze eindelijk eens zou terugbetalen.

Huilend omarmde ze Katty van wie ze toch nog steeds veel hield ondanks de financiële affaire.

Het was te laat.

Top aanbieding: 5 nummers € 18,95

 

Na weer bij zinnen gekomen te zijn rende Emmie de deur uit op de vlucht…..

Enige dagen later werd het levenloze lichaam van Katty gevonden.

Er was niets gestolen uit haar kamer dus diefstal kon niet het motief zijn.

Nooit heeft iemand begrepen waarom ze werd vermoord of wie de dader kon zijn.

Posted on Leave a comment

105 – Het

ogen het
ogen

Het                                                     

Een verhaal door Dre Welsuit

Ze was 26 jaar, een zelfstandige vrouw die de wereld aankon.

Vol zelfvertrouwen en met een goede opleiding in de ICT. Ze ging zelfstandig wonen in een huisje helemaal ‘op de buiten’ zoals dat heet, in de buurt van Hoofdplaat (zeeuwse uitspraak: ‘doe-ùf-plaotù) in Zeeland of zoals de inwoners de plaats zelf noemen, ’t durp’.

Ze had het huisje gekocht omdat ze graag genoot van de stilte en omdat ze slechts enkele tientallen meters hoefde te lopen en de dijk over te gaan om aan de rand van de Westerschelde te kunnen vertoeven.

Druk was het geweest om het huisje aan te passen aan haar eigen wensen want voorheen had er een oud echtpaar in gewoond en die hadden de laatste 10 jaar niet veel meer aan opknappen van de woning gedaan.

Een van de grote voordelen die het huisje had, was de niet al te grote tuin achter het huisje waar ze bloemen kon kweken en ze had een stukje gereserveerd om zelf groenten zoals bonen, tomaten en sla te kweken.

hand

Nadat ze een paar dagen in het huisje gewoond had, die dagen regende het nogal, gebeurde er ’s nacht iets vreemds. Enkele nachten na elkaar hoorde ze een vreemd geluid en ze wist niet waar het vandaan kwam. Het geluid leek een beetje op het schuren van takken tegen het raam van een huis maar dat kon het niet zijn want er stond geen boom vlak bij het huisje. Door de regen kon ze niet goed plaatsen wat ze hoorde en omdat het geluid na enkele minuten ophield, viel ze weer in slaap en de volgende dag schonk ze er geen aandacht meer aan.

Toen het weer verbeterde en het windstil was werd ze ’s nachts opnieuw wakker van het geluid.

Ze ging uit bed en liep de woning door maar beneden was niets vreemds te horen of te zien.

Daarna ging ze weer slapen en de volgende dag onderzocht ze de woning grondig om te zien of ze de herkomst van het geluid kon vinden, echter zonder resultaat.

De daarop volgende nacht hoorde ze het geluid weer, sprong  uit bed in ging op de gang staan luisteren om te horen waar het geluid vandaan kwam.

Ze liep naar beneden deed de voordeur open en keek met de zaklamp in de tuin maar er was niets te vinden. Ze liet de voordeur open en ging terug naar boven en toch meende ze het geluid nog steeds te horen en boven aangekomen dacht ze dat het dat het geluid wel eens van de zolder kon komen.

Ze had tot dan niet veel aandacht aan de zolder geschonken omdat ze het druk genoeg had met het opknappen van het huisje. Ze had voor de koop slecht een blik op de vliering geworpen en die was helemaal leeg op een enkele oude dekenkist na.

In de veronderstelling dat het wel eens muizen konden zijn liep ze eerst naar beneden om de mattenklopper en hiermee gewapend klom ze de ladder op naar de vliering.

In de ene hand het zaklicht want er was geen licht boven en in de andere hand de mattenklopper. Ze was hoegenaamd niet bang uitgevallen. Inmiddels nieuwsgierig geworden of er in de dekenkist nog iets zou zitten, liep ze erop af en deed het deksel open.

In de kist stond alleen een kruik waarin in vroeger jaren zelfgemaakte drank bewaard werd. Terwijl ze in de kist keek, schrok ze erg van de kruik, die leek te bewegen. Verdorie dacht ze, dáár zit die muis waarschijnlijk in.

Behoedzaam deed ze de kurk van de kruik en toen ze probeerde er in te kijken kwam er ineens een soort wervelwind uit de kruik gevlogen.

Het was geen object, geen dier, geen mens maar het was een zwart  iets dat een mix leek tussen een stofwolk en een soort gelei.

‘Het’ draaide in het rond en nam allerlei verschillende vormen aan in luttele seconden. Plotseling leek het of een paar ogen haar recht aankeken, waarop ze ter verdediging van zichzelf, de mattenklopper boven haar hoofd hield.

Maar ze hoefde zich niet te verdedigen want in een zucht verplaatste ‘het’ zich naar het trapgat van de vliering, verdween erdoor en rolde of ‘vloog’ de trap af  recht door de nog openstaande voordeur naar buiten.

Vlug liep ze naar beneden en sloot de voordeur. Wat kan het geweest zijn? Niemand die ze het verhaal vertelde, als men het al geloofde, had enig idee en zijzelf die het meegemaakt had, ook niet.

De volgende dag heeft ze de dekenkist buiten in de tuin verbrand en daarna heeft ze het geluid ’s nacht nooit meer gehoord.

trap
Posted on Leave a comment

104 – Gestraft

jongetje gestraft
jongetje gestraft

Gestraft voor het vergelijken van zijn knieën met  de billen van de juf.

Geachte mevrouw Wellens,

Het spijt me te moeten melden dat kleine Arthur een straf heeft gekregen.

Zoals u weet, is kleine Arthur meestal een erg vrolijk en innemend kind.

Vandaag heb ik hem  echter betrapt tijdens de les.

Toen ik hem vroeg om te stoppen, riep hij: “Wat is er aan de hand juf?” en begon met zijn vriend Marcel onbedaarlijk te lachen.

Arthur vond dat zijn knieën wel erg veel leken op mijn billen.

Arthur verergerde de zaak verder door me een bubbelende pudding te noemen en mij te vergelijken met een paar perziken.

De kleine Arthur heeft zich daarmee niet gedragen zoals het hoort in de klas. (Ik sta overigens ook geen gescheurde jeans toe op de ‘Voorons’ lagere School).

‘Voorons’ lagere school  is er trots op een goed en integer instituut  te zijn. We kunnen dus eenvoudigweg geen kinderen toestaan, zich op deze manier over de juf uit te laten . Daar komt bij dat mijn billen in niets op een perzik lijken, zoals mevrouw Bartels de directrice zal getuigen.

Zorgt u  ervoor dat de kleine Arthur morgen na school kan nablijven zodat wij hem op passende wijze kunnen straffen voor dit onbehoorlijke gedrag

Hoogachtend,

Juf  Mia

Posted on Leave a comment

103 – Overspel in Moskou

pistool
pistool

Overspel in Moskou

Een kort verhaal van Dre Welsuit              

Andy Jones keek naar de verweerde revolverl in zijn handen en voelde zich bedrukt.

Hij liep naar het raam en dacht na over zijn koude omgeving. Hij was altijd dol geweest op stedelijk Moskou met zijn mooie, pleinen en gebouwen. Het was een plek die zijn neiging aanmoedigde zich thuis te voelen.

Andy slikte. Hij wierp een blik op zijn eigen spiegelbeeld. Hij was een hongerige, wodka-drinker met vuile plekken op zijn kleren en een ruw gelaat.

Maar ook een moedeloos persoon die zich bedrogen voelt kan zichzelf te buiten gaan.

Ondanks dat  de zon de stad overgoot, als leek het een warme deken, voelde Andy zich neerslachtig.

Hanna kwam naar binnen en staarde naar de diepe troosteloze ogen van Andy. Ze zei:” ik kan niet meer met jou”!

Andy keek achterom, en greep de verweerde revolver. “Hannah, hoe kun je”?, antwoordde hij.

Ze keken elkaar angstig aan, zoals de dieren die voor het slachthuis de dood ruiken.

Plots sprong Hannah naar voren en probeerde Andy in het gezicht te slaan. Snel pakte Andy de verweerde revolver en bracht hem op Hannahs schedel.

Hannah’s vochtige ogen trilden en haar wiebelige benen wankelden.

Ze zag er bedrukt uit, ondanks dat ze haar emoties probeerde te onderdrukken.

Toen slaakte ze een kreet en  viel kreunend op de grond. Even later was Hannah Thomas dood.

Andy Jones ging gelaten terug zitten om af te wachten wat verder gebeuren zou.

bloed
Posted on Leave a comment

102 – Alex en Maud, zouden ze…. 

man in de sneeuw
man in de sneeuw

Een kort verhaal van Dre Welsuit

Alex Olsson was altijd dol geweest op het verlaten eiland Camborney met zijn gebouwen met groteske, groene poorten gebouwd ver voor het jaar 1900. Het was een plek waar hij graag vertoefde.

Hij was een gracieuze,  wijndrinker met grote voeten en grote harige handen. Zijn vrienden zagen hem als een stoere minnaar en durfal. Eens was hij zelfs in een koude rivier gesprongen en had een ruige jonge beer gered. Dat is het soort man dat hij was.

Alex liep naar het raam en dacht na over zijn magische omgeving. De sneeuw bewoog als fladderende stukjes confetti in de harde wind.

Toen zag hij iets in de verte, of liever iemand. Het was de figuur van Maud Sparkle. Maud was een innemende vrouw met een grof postuur,  fel gekleurde vingernagels en een lief maar dwingend karakter.

Alex slikte. Hij was niet voorbereid op Maud.

Toen Alex naar buiten stapte en Maud dichterbij kwam, zag hij de fonkelende glinstering in haar ogen.

Maud staarde naar de benauwde blik van Alex door de  smeltende sneeuwvlokken in haar ogen. Ze zei op gedempte toon: ‘Ik hou van je en ik wil gerechtigheid.’

Alex keek achterom, nog sprankelend en nog steeds de gigantische trots aan het verbergen. “Maud, is dat echt goud,” antwoordde hij wijzend op de piercing in haar oor, bedoeld als afleiding van datgene waar het gesprek heen zou moeten gaan.

Ze keken elkaar aan met gemengde gevoelens.

Het leek alsof er  trance-muziek te horen was op de achtergrond.

Beiden leken een ogenblik geheel verdoofd en sprakeloos.

Alex bestudeerde Maud’s voeten, haar piercing en gekleurde vingernagels. Uiteindelijk haalde hij diep adem. “Het spijt me,” begon Alex verontschuldigend, “maar ik voel me niet verliefd op dezelfde manier”. Ondanks alles:”ik hou gewoon niet genoeg van je Maud!”

Maud zag er boos uit, haar emoties waren gespannen.

Alex kon de emoties van Maud eigenlijk wel in duizenden stukjes horen uiteenvallen. Toen haastte de verdroten vrouw zich weg in de verte.

Zelfs een glas wijn zou Alex vanavond niet kalmeren.

Posted on Leave a comment

101 – Tornston En Almeide

viking

Tornston en Almeide 

Een kort verhaal van Dre Welsuit

Het ijzeren breedzwaard.

Het zwaard is gemaakt als decoratie. Het lemmet is gebarsten, heeft momenteel een stompe rand en heeft geen tekens of gravures. De schede daarintegen is gemaakt van hout zonder afsnijdsels en is rijkelijk versierd met ornamenten, gemaakt door een begaafd kunstenaar.

Het zwaard, is goed in balans en kan door iedereen gemakkelijk worden gebruikt.

Tornston of Tor zoals hij door iedereen genoemd wordt, zit aan de rivier ver van huis en van zijn geliefde Almeide.

Zal hij haar ooit weerzien?

Morgen varen ze opnieuw uit om de strijd aan te gaan met de vecaden, een stam die nooit onder controle te krijgen schijnt te zijn.

Altijd weer zorgen de vecaden voor problemen met de stammen uit de nabijgelegen cabads (kleine dorpen die voornamelijk bestaan uit hutten die met leren huiden gemaakt zijn).

Bij zijn afscheid, het moet nu al weer  meer dan een jaar geleden zijn, kreeg Tor het zwaard van Almeide met daarbij de boodschap: “gebruik dit zwaard met alle macht en kracht die je hebt, zodat je terug kunt keren bij mij. Ik zal op je wachten!”

De zon is langzaam aan het ondergaan en de rode gloed schittert in de rivier.

Tor en zijn krijgers gaan slapen om goed uitgerust te zijn voor de dag die komen gaat.

Tor kust het zwaard en legt het naast zich neer om vervolgens in een diepe slaap te vallen.