Posted on Leave a comment

001 – De hond

hond
hond

De hond

Ze stonden te fluisteren in de werkplaats voor het kantoor van de baas die aan zijn bureau zat te werken.

5 werknemers in overal variërend in lengte van 1.95m tot 1.56m.

Ze keken elkaar aan met ongeloof, dan weer geamuseerd tot ze plotseling in een gierend en brullend lachen uitbarstten.

“Dat zeg ik tegen de baas” zei Henk (bijgenaamd ‘de korte’) en hij voegde woord bij daad en stapte het kantoor van de baas binnen.

Schijnbaar ‘verbolgen’ klopte hij aan en stapte hij het kantoor van de baas binnen terwijl de andere vier in afwachting van wat gebeuren zou door het raam mee naar binnen stonden te kijken.

Zou Henk dat durven?

“Baas” nou moet u eens luisteren. “De mannen van het bedrijf hiernaast dat zijn toch smeerlappen hé!”

“O ja” ?  “Waarom”? Vroeg de baas die meteen alert opkeek uit zijn werk dat voor hem lag.

“Nou” Zei Henk. “Deze morgen liep er een zwerfhond hier op het terrein en die mannen lieten dat arme dier benzine drinken”.

“Dat is toch wel erg smerig hé?” De baas was het daarmee eens.

Vervolgens ging Henk door met zijn verhaal.

“Daarop begon die hond als een dolle rondjes te lopen en maar rennen en rennen”, het dier wist niet meer van ophouden.

“Plotseling viel hij neer.”

“Ja …En? Was hij dood”? vroeg de baas nieuwsgierig.

“Welnee” zei Henk…”zijn benzine was op”!

Ook de baas schaterde het uit van het lachen samen met het inmiddels toegestroomde kantoorpersoneel en de collega’s van Henk die ook allemaal het verhaal meegeluisterd hadden.

Of Henk ooit nog opslag heeft gehad, is niet bekend.

Posted on Leave a comment

001 – Dirk-Jan en de vier zwarte Eenhoorns

eenhoorn

Dirk-jan en de vier zwarte Eenhoorns

Een
sprookje van Dre Welsuit

In
het dorpje Oostburg woonde een  dikke
jongen genaamd, Dirk-jan Andeweg. Hij was onderweg naar zijn tante Annie in
Cadzand, toen hij besloot een kortere weg te nemen door het bos van Erasmus.

Het
duurde niet lang voordat Dirk-Jan verdwaalde. Hij keek om zich heen, maar hij
zag alleen bomen. Nerveus voelde hij in zijn rugzak naar zijn favoriete
knuffel, Hennie Aap, maar Hennie de aap was nergens te vinden! Dirk begon in
paniek te raken. Hij was ervan overtuigd dat hij Hennie had ingepakt. Tot
overmaat van ramp begon hij honger te krijgen.

Geheel
onverwacht zag hij een zwarte eenhoorn zoals hij die kende uit zijn eigen dorp,
verdwijnen achter de bomen.

“Hoe vreemd!” dacht Dirk-Jan.

Omdat
hij nieuwsgierig was, besloot hij de eenhoorn te volgen. Misschien kon die hem
de weg uit het bos vertellen.

Uiteindelijk
bereikte de  eenhoorn  een open plek 
die was  omringd door 5 huizen,
gemaakt van verschillende soorten eten. Er was een huis gemaakt van drop, een
huis gemaakt van Zeeuwse Bolus, een huis gemaakt van muffins, een huis gemaakt
van Groese paptaart en een huis gemaakt van pannenkoek.

Dirk-jan
hoorde zijn buik rommelen. Door te kijken naar de huizen kreeg hij nog meer
honger.

“Hallo!”
riep hij, “Is daar iemand?”

Niemand gaf antwoord.

Dirk-jan
keek naar het dak van het dichtstbijzijnde huis en vroeg zich af of het
onbeleefd zou zijn om de schoorsteen van dat huis op te eten. Er was een huis
gemaakt van drop, een huis gemaakt van muffins, een huis gemaakt van Groese
paptaart, een huis gemaakt van Zeeuwse Bolus en een huis gemaakt van pannenkoek.  Het zou duidelijk onbeleefd zijn om een
heel huis te eten, maar misschien zou het acceptabel zijn om aan een vreemde
woning te knabbelen of  te likken, in een
tijd van nood.

Een
gil sneerde door de lucht en  verschrikt
keek Dirk-Jan om. Een heks sprong plotseling van haar bezem  in de open ruimte voor de huizen. Ze had een
kooitje mee en in die kooi zat…. Hennie Aap!

“Hennie!”
schreeuwde Dirk-Jan. Hij wendde zich tot de heks. “Dat is mijn
knuffel!”

De
heks haalde haar schouders op.

“Geef
Hennie terug!” riep Dirk.

“Nooit
or never!” zei de heks, die op de heksenschool naast toveren ook nog
Engels geleerd had.

“Laat
Hennie tenminste uit die kooi!” smeekte Dirk-Jan die begreep dat de heks
de macht over Hennie had.

Voordat
ze kon antwoorden, renden vier zwarte eenhoorns de open plek op via een voetpad
aan de andere kant van de open plek. Dirk-jan herkende de eenhoorn, die hij
eerder had gezien. De heks leek hem ook te herkennen.

“Hallo
grote eenhoorn,” zei de heks.

“Goedemorgen”
zei de eenhoorn  “en wie is
dit?”

“Dat
is mijn vriendje Hennie,” legde de heks uit.

“Ooh!
Hennie zou er prachtig uitzien in mijn eigen huis. Geef hem aan mij!”
smeekte de eenhoorn.

De
heks schudde haar hoofd. “Hennie blijft bij mij!”

“Ehhhm
… Sorry …” onderbrak Dirk-Jan. “Hennie woont bij mij! En niet in
een kooi! En deze heks heeft hem gestolen”

De
grootste eenhoorn negeerde hem. “Is er niets waarvoor je voor hem wilt
ruilen?” vroeg hij aan de heks.

De
heks dacht even na en zei toen: “Ik word graag vermaakt. Ik zal hem
vrijgeven aan iemand die een hele voordeur van een van deze huizen kan
opeten.”

De
grootste eenhoorn keek naar het huis van drop en zei: “Geen probleem, ik
zou een heel huis van drop kunnen eten als ik dat wilde.”

“Dat
is niets”, zei de tweede eenhoorn. “Ik zou twee huizen kunnen
eten.”

“Het
is niet nodig om op te scheppen,” zei de heks. Eet gewoon een voordeur en
je mag je Hennie de Aap hebben. ‘

Dirk-jan
keek toe en voelde zich erg bezorgd. Hij wilde niet dat de heks Hennie de Aap
aan die grote eenhoorn gaf. Hij dacht niet dat Hennie graag met een grote
zwarte eenhoorn zou leven, weg van zijn huis, zijn vriendjes en al zijn andere
speelgoed.

De
andere drie eenhoorns keken toe terwijl de grote eenhoorn zijn slabbetje
aandeed en naar het huis van drop liep.

“Ik
zal dit hele huis opeten,” zei de grote eenhoorn. “Let maar op!”

De
grote eenhoorn brak een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van drop.
Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer,

en
meer, en nog meer.

Uiteindelijk
begon de grote eenhoorn groter te worden – eerst een beetje groter. Maar na nog
een paar hapjes drop, groeide hij uit tot hij leek op een een soort  grote zwarte sneeuwbal,  hij was net zo rond.

“Euh
… Ik voel me niet zo goed,” zei grootste eenhoorn.

Plots
begon hij te rollen. Hij was zo rond gegroeid dat hij niet meer rechtop kon
staan.

“Help!”
riep hij, terwijl hij de helling bij de open plek afrolde in de richting van
een kreek.

Grote
eenhoorn heeft de voordeur gemaakt van drop nooit helemaal opgegeten en Hennie
de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

De
iets kleinere, tweede eenhoorn  stapte
naar voren en liep naar het huis gemaakt van muffins.

“Ik
zal dit hele huis opeten,” zei de tweede eenhoorn. “Let maar
op!”

De
tweede eenhoorn trok een hoek van de voordeur van het huis gemaakt van muffins.
Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer.

En
meer, en meer en nog meer.

Na
een tijdje begon de tweede eenhoorn er een beetje misselijk uit te zien. Hij
werd groener …, en groener….

Toen
liep er een houthakker  de open plek op.
“Wat doet deze struik hier?” vroeg hij terwijl hij wees op de groen
geworden eenhoorn.

“Ik
ben geen struik, ik ben een eenhoorn!” zei de tweede eenhoorn.

“Het
praat!” riep de houthakker. “Die pratende struiken zijn
verschrikkelijk. Ik kan hem beter weghalen voordat iemand er gek van wordt!

“Nee
wacht!” riep de tweede eenhoorn, terwijl de houthakker hem oppakte en
meenam. De houthakker negeerde zijn geschreeuw en droeg de eenhoorn weg onder
zijn arm.

De
tweede eenhoorn heeft nooit heel de voordeur van muffins  opgegeten en Hennie de aap bleef gevangen in
de kooi van de heks.

De
derde eenhoorn stapte naar voren en benaderde het huis gemaakt van Groese
paptaart.

“Ik
zal dit hele huis opeten,” zei de derde eenhoorn. “Let maar op!”

De
derde eenhoorn trok een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van Groese
paptaart. Hij slikte het glimlachend in en ging terug voor meer, en meer en nog
meer.

Na
vijf of zes taartjes begon de kleine aap ter plekke ongemakkelijk aan zijn
buikje te friemelen.

Hij
stopte even met het eten van de Groese paptaart en nam toen nog een hap.

Maar
voordat hij het kon eten, kwam er een almachtig gebrul. Een boer luider dan een
raket die opstijgt , kwam uit zijn buik naar boven en duwde derde eenhoorn de
lucht in.

“Aggghhhhhh!”
riep de derde eenhoorn. “Ik heb hoogtevrees!”

Derde
eenhoorn werd nooit meer gezien.

Derde  eenhoorn heeft nooit heel de voordeur van
Groese paptaart gegeten en Hennie de aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

Piccolo,
de aller kleinste eenhoorn van de vier 
stapte naar voren en ging naar het huis gemaakt van Zeeuwse Bolus.

“Ik
zal dit hele huis opeten,” zei Piccolo. “Let maar op!”

Piccolo
trok een hoek van de voordeur van het huis, gemaakt van Zeeuwse Bolus, slikte
het glimlachend in en ging terug voor meer en meer en nog meer.

Bij de
volgende hap viel het eten echter  uit de
mond van Piccolo. Hij probeerde er nog een hand vol Zeeuwse Bolus in te
stoppen, maar nogmaals, het eten viel eruit. Er was gewoon niet genoeg ruimte
in zijn buikje.

“Dit
is gewoon niet eerlijk!” zei Piccolo en stampte boos het bos in.

Piccolo
heeft nooit de voordeur van toffees 
helemaal opgegeten en  Hennie de
aap bleef gevangen in de kooi van de heks.

“Dat
is het,” zei de heks. “Ik win. Ik mag Hennie de aap houden.”

“Niet
zo snel,” zei Dirk-jan. ‘Er is nog één voordeur. De voordeur van het huis
is gemaakt van pannenkoek. En ik heb nog geen beurt gehad.

“Ik
hoef je geen beurt te geven!” lachte de heks vals.

“Mijn
spel. Mijn regels.”

I am
the Queen onder de heksen! (hè dacht Dirk-Jan, wat een rare heks)

De zware
stem van de houthakker klonk door het bos. “Ik vind dat je hem een kans
moet geven. Het is alleen maar eerlijk.”

“Goed,”
zei de heks. ‘Maar je hebt gezien wat er met de eenhoorns is gebeurd. Hij zal
het niet lang volhouden.’

‘Ik
ben zo terug,’ zei Dirk-jan.

“Wat?”
zei de heks. ‘Waarom ben je niet ongeduldig? Ik dacht dat je Hennie de aap
terug wilde?’

Dirk-Jan  negeerde de heks en verzamelde een flinke
stapel stokken. Hij kwam terug naar de open plek en stak een klein kampvuur
aan. Voorzichtig brak hij een stuk van de deur van het huis gemaakt van
pannenkoek en roosterde het boven het vuur. Nadat het een beetje was gewarmd en
daarna  afgekoeld, nam hij een hap. Hij
verslond snel het hele stuk.

Dirk-jan
ging zitten op een stuk  boomstam dat
vlakbij lag.

“Jij
faalt!” kakelde de heks. “Je moest de hele deur opeten.”

“Ik
ben nog niet klaar,” legde Dirk-Jan uit. “Ik wacht gewoon met mijn
eten.”

Toen
het eten van Dirk-jan was verteerd, brak hij een ander stuk van de deur af,
gemaakt van pannenkoek. Opnieuw roosterde hij zijn eten boven het vuur en
wachtte tot het een beetje afkoelde. Hij at het rustig op en wachtte tot het
verteerd was.

Uiteindelijk,
na verschillende keren, nam Dirk-jan  het
laatste stuk van de deur gemaakt van pannenkoek. Voorzichtig roosterde hij het
en liet het een beetje afkoelen. Hij beëindigde zijn laatste stuk. Dirk-Jan had
de hele voordeur van het huis, gemaakt van pannenkoek, opgegeten.

De
heks stampte boos met haar voet. “Je moet me bedrogen hebben!” ze
zei. “Ik beloon vals spelen niet!”

“Ik
denk het niet!” zei een stem. Het was de houthakker. Hij liep terug naar
de open plek en droeg zijn bijl over zijn schouder. ‘Deze kleine jongen heeft
eerlijk gewonnen. Overhandig nu Hennie de aap of ik hak je bezemsteel doormidden.’

De
heks schrok erg. Ze greep haar bezem en plaatste deze achter haar rug. Toen
opende ze de deur van de kooi en vloog boos weg op haar bezem.

Dirk-jan
rende naar de kooi toe en greep Hennie de aap vast knuffelde hem als nooit
tevoren en controleerde of zijn favoriete speelgoed in orde was.

Gelukkig
was Hennie de aap helemaal ongedeerd.

Dirk-jan
bedankte de houthakker, die hem de weg uit het bos wees en haastte zich naar
zijn tante  Annie in Cadzand. Het begon
al donker te worden.

Toen
Dirk-jan bij tante Annie thuis kwam, sloeg hij zijn armen om haar heen.

“Ik
was zo bezorgd!” riep Annie. “Je bent heel laat.” Heb je honger?

Dirk-Jan
zei dat hij zo  vol zat dat hij  geen ‘pap’ meer kon zeggen.

Daarna
beschreef Dirk-jan  zijn avontuur in het
bos van Erasmus en hij kon  zien dat
tante Annie hem niet geloofde. Dus pakte hij een servet uit zijn zak.

“Wat
is dat?” vroeg Annie.

Dirk-jan
deed het servet open. “Groese paptaart!” hij zei want hij had toch
stiekem nog een stukje eten meegenomen voor onderweg.

Annie
viel bijna van haar stoel van schrik en ongeloof.

Dus
toch….