Posted on Leave a comment

201 – De hond

hond
hond

De hond

Ze stonden te fluisteren in de werkplaats voor het kantoor van de baas die aan zijn bureau zat te werken.

5 werknemers in overal variërend in lengte van 1.95m tot 1.56m.

Ze keken elkaar aan met ongeloof, dan weer geamuseerd tot ze plotseling in een gierend en brullend lachen uitbarstten.

“Dat zeg ik tegen de baas” zei Henk (bijgenaamd ‘de korte’) en hij voegde woord bij daad en stapte het kantoor van de baas binnen.

Schijnbaar ‘verbolgen’ klopte hij aan en stapte hij het kantoor van de baas binnen terwijl de andere vier in afwachting van wat gebeuren zou door het raam mee naar binnen stonden te kijken.

Zou Henk dat durven?

“Baas” nou moet u eens luisteren. “De mannen van het bedrijf hiernaast dat zijn toch smeerlappen hé!”

“O ja” ?  “Waarom”? Vroeg de baas die meteen alert opkeek uit zijn werk dat voor hem lag.

“Nou” Zei Henk. “Deze morgen liep er een zwerfhond hier op het terrein en die mannen lieten dat arme dier benzine drinken”.

“Dat is toch wel erg smerig hé?” De baas was het daarmee eens.

Vervolgens ging Henk door met zijn verhaal.

“Daarop begon die hond als een dolle rondjes te lopen en maar rennen en rennen”, het dier wist niet meer van ophouden.

“Plotseling viel hij neer.”

“Ja …En? Was hij dood”? vroeg de baas nieuwsgierig.

“Welnee” zei Henk…”zijn benzine was op”!

Ook de baas schaterde het uit van het lachen samen met het inmiddels toegestroomde kantoorpersoneel en de collega’s van Henk die ook allemaal het verhaal meegeluisterd hadden.

Of Henk ooit nog opslag heeft gehad, is niet bekend.