Posted on Leave a comment

207 – De Ring

trouwringen

De ring

Een anekdote door Dre Welsuit.

De ringen

Ze gingen trouwen. Het was een prachtige dag in juni het jaar 1990 ook voor

Sjaan en Izaak, zoals ze officiëel heetten maar niemand die ze ooit zo noemde.

Voor familie, vrienden en bekenden waren het Jaône en Sakke.

Jaône en Sakke hadden besloten te gaan trouwen in het dorpje Nieuwvliet, waar ze allebei sinds hun geboorte woonden.

Jaône werkte in een souvenierwinkeltje in het bekende kustdorpje en Sakke werkte in de haven van Terneuzen op een sleepboot.

Na een verkering van zo’n jaar of vijf, was Sakke op zijn knie gegaan en had Jaône ten huwelijk gevraagd, op een avond in mei, aan het strand bij een ondergaande zon, een plaatje zoals men vaak ziet op een ansichtkaart.

Jaône had verheugd en dol enthousiast toegestemd om in het huwelijk te treden met Sakke en de afgelopen weken waren de voorbereidingen getroffen voor het huwelijksfeest.



Baby slaapgeheimen, oplossingen voor vermoeide ouders

De trouwjurk natuurlijk moest er schitterend uitzien, het eten en drinken voor de familie en gasten moest overvloedig zijn en er was een bandje ingehuurd om de avond van het huwelijk op een plezierige en aangename wijze door te kunnen brengen.

Vanzelfsprekend werden ook de trouwringen niet vergeten. Wel duur, maar trots hadden ze twee gouden ringen besteld met de inscriptie ‘Izaak en Sjaan 14-06-1990’, een datum die ze beiden nooit meer zouden vergeten natuurlijk en bovendien waren er in de binnenkant van de ring 2 hartjes gegraveerd die in elkaar grepen als twee verbonden ringen.

Na afloop van het huwelijksfeest, ontsnapten Jaône en Sakke aan de drukte van vrienden en familie en maakten nog een wandeling over het strand bij Nieuwvliet, aan de rand van het water, waardoor ze vermoeid als ze waren, helemaal tot rust kwamen alvorens naar hun nieuwe woning te gaan om daar de eerste huwelijksnacht door te brengen, uiteraard pas nadat Sakke Jaône over de drempel van de woning had gedragen, zoals dat zeker in die tijd nog gebruikelijk was.

Waar is de ring?

De volgende ochtend aan het ontbijt, keek Jaône naar de handen van Sakke en zag dat zijn ring niet om zijn vinger zat.

“Waar is je ring gebleven en waarom heb je die afgedaan?” vroeg Jaône met enige verbazing aan Sakke. Sakke keek naar zijn hand waar de ring aan gezeten had en constateerde dat deze er niet meer was. Hij had hem niet afgedaan voor zover hijzelf wist en hij had ook geen idee waar de ring gebleven was. Er werd overal in en om het huis gezocht, de horecazaak waar getrouwd was werd gebeld met het verzoek om te zoeken naar de ring. Ook in de kerk werd gezocht en Jaône en Sakke waren zoekend naar het strand gelopen om te zien of de ring misschien in het zand gevallen was.

Nergens, maar dan ook nergens was de ring te bekennen.

De eerste dag na het huwelijk had Jaône dan ook huilend doorgebracht om het verlies van hun mooie en dure trouwring.

Na het verhaal aangehoord te hebben, boden de ouders van Jaône aan om voor hun een nieuwe trouwring te kopen maar hier wilde Jaône niets van weten. Het was immers niet dezelfde ring.

Het leven ging door en na enige tijd kwam er een eerste kindje bij Jaône en Sakke, een jongetje en twee jaar later kwam daar nog een meisje bij. Ondanks het verlies van de ring bleek het toch om een ‘koningshuwelijk’ te gaan.

Uiteraard hadden Jaône en Sakke hun ups en downs zoals dat in ieder huwelijk gebeurd, maar over het algemeen voelden beiden zich toch wel heel gelukkig met elkaar en met de kinderen.

Hobby’s

Jaône had naast het werk in het winkeltje en het huishouden, als hobby kantklossen, een vaardigheid die in de middeleeuwen als een ambacht werd uitgeoefend en waarvoor men behoorlijk wat doorzettingsvermogen en creativiteit nodig had, om daarmee de mooiste kanten kleedjes te maken.

Sakke had naast zijn werk op de sleepboot als enige hobby voetbal. Het was niet altijd makkelijk om mee te doen want Sakke werkte in een ploegensysteem op de Westerschelde en kon niet altijd trainen of met de ploeg de wedstrijden meedoen, omdat hij op verschillende tijden moest werken. Dat vond iedereen wel jammer omdat Sakke goed kon voetballen, maar ja, men moet nu eenmaal ook als voetbalploeg, roeien met de riemen die men heeft.

Opa en Oma

Na twintig jaar huwelijk kwam het eerste kleinkind. Wat waren Jaône en Sakke daar blij mee en al spoedig volgden en nog drie kindjes die natuurlijk volgens Jaône en Sakke de liefste kindertjes van de wereld waren, dat spreekt vanzelf.

Dan was de dag aangebroken van het vijfentwintig jarig huwelijk van Jaône en Sakke.



De man van je dromen krijgen

Familie en vrienden werden uitgenodigd op het huwlijksfeest en zoals gebruikelijk bij dit soort feesten werd een copieuze maaltijd aan de gasten voorgezet.

Voor de maaltijd hadden enkele familieleden en vrienden die bij elkaar in een groepje stonden, nog wat gespot met het verlies van de ring, maar omdat het familie en vrienden waren, werd de spot wel begrepen en gewaardeerd en werd er wat afgelachen om het voorval van vijfentwintig jaar geleden. De collega’s van de sleepboot hadden een mooie ‘nieuwe’ ring gemaakt voor Sakke, in de vorm van een reddingsboei en mét inscriptie ‘Izaak en Sjaan 14-06-1990’.

De maaltijd

Er werd volop gebabbeld en gelachen tijdens de maaltijd waar op het menu onder andere kabeljauw stond, een vissoort die in de Westerschelde en in de Noordzee frequent gevangen werd.

Jaône had net een volle hap kabeljauw genomen toen ze plotseling een kreet slaakte. “Auw!” riep ze keihard door het zaaltje waar ze zaten te eten. Met een pijnlijk vertrokken gezicht haalde ze het harde stukje uit haar mond, waar ze zojuist op gebeten had.

Met verbazing zei ze terwijl ze uiteraard de aandacht had van allen die aanwezig waren op het feestje:”het is een ring!”

Met een servetje werd de ring schoongemaakt en niemand kon zijn eigen oren en ogen geloven toen Jaône de inscriptie voorlas die in de ring stond, er stond namelijk ‘Izaak en Sjaan 14-06-1990’. En er waren twee hartjes in gegraveerd die in elkaar grepen.

Hoe is het mogelijk! Het was de ring die Sakke vijfentwintig jaar geleden kwijtgeraakt was.



Liefdesverdriet

Omdat de vingers van Sakke in de loop der tijd een beetje dikker geworden waren, paste de ring niet meer en Jaône borg de ring daarom zorgvuldig op in haar tasje. Daags daarna werd de ring in een glazen vitrinekastje op de schouw in de woonkamer geplaatst, op een fluwelen ondergrond, waar hij nu nog steeds staat.

Posted on Leave a comment

206 – Kidnapping

kaars

De ontvoerde baby 

Door Dre Welsuit

An en Wil, een jong koppel dat leefde in een gemeente aan de Westerschelde in Zeeland.

Ze hadden een aantal moeilijke jaren achter de rug met het krijgen van een zeldzame ziekte, verlies van ouders en financiële problemen door werkeloosheid.

Vrij recent waren de zaken wat ten goede gekeerd en niet alleen An had werk gevonden in haar vak in de verzorging, maar ook Wil had een baan gekregen bij een vis verwerkend bedrijf.

Beiden hadden vrij plotseling werk, ook nog eens op fiets afstand van hun woning en de  hun grootste vreugde in hun leven was zonder meer hun zoontje Egbert.

Drogisterij pPlus

 

.Egbert was een lief jongetje van inmiddels 3 jaar oud, kon zoals de meeste kinderen van zijn leeftijd al aardig praten en begrijpen wat zijn ouders tegen hem zeiden.

Het was een zonnige dag in mei en An en Wil besloten naar het strand toe te gaan. De  benodigde strand spullen werden ingepakt en het speelgoed waaronder het emmertje en het schepje voor Egbert

werden niet vergeten en ingeladen in de kofferruimte van de auto.

In goede luim wegens het zalige weer en de veranderde leefomstandigheden trokken An en Wil naar het strand.

Bij het strand aangekomen, klommen ze de vele treden van de zeewering op en daalden daarna af tot op het strand.

Vlakbij de trap op het strand, zat een lachende jongeman op een voertuig van de gemeente, waarmee afval van het strand opgehaald werd en die vrolijk aan het ventje vroeg of hij een stukje mee wilde rijden op zijn wagen.

Het jongetje gaf aan zijn ouders te kennen dat hij dat wel graag wilde en zodoende werd  Egbert op de stoel naast de chauffeur van het gemeentewagentje geplaatst, waarna deze wegreed en een rondje maakte met een vrolijk zwaaiend kind op de stoel naast de bestuurder en twee vrolijk terugzwaaiende ouders bij de trap op het strand.

Na het rondje reed de gemeentewagen wat verder weg  en nog wat verder. Beide ouders keken elkaar verbaasd aan, maar ze waren er van overtuigd dat hij spoedig zou omkeren.

Toen het gemeentewagentje een heel eind uit de buurt geraakte en geen aanstalten maakte om terug te keren, begrepen de ouders dat er iets mis was.

In paniek rende de vader achter zijn zoontje aan, maar zag na een paar honderd meter in, dat het zinloos was om hiermee door te gaan en liep in volle vaart terug naar de trap waar An nog steeds stond.



Betere relatie met iedereen

Het gemeentewagentje was inmiddels uit het zicht verdwenen en An en Wil renden de trap op en aan de andere kant weer af, naar hun auto en met een vaart reden ze in de richting van waar het gemeentewagentje was gereden.

Na een paar kilometer, sprintten ze weer de zeewering over om te zien of ze het wagentje konden zien maar omdat ze dat niet zagen renden ze terug en reden ze verder om ook daar weer over de zeewering te sprinten om te zien waar hun zoontje gebleven was.

Nergens was het wagentje of hun zoontje te bekennen.

Geheel in paniek belden ze 112 en in horten en stoten vertelden ze het verhaal van hun mogelijk ontvoerde zoontje.

112 kwam met de mededeling dat er politie naar hun toegestuurd zou worden en in een afgrijselijke spanning wachtten An en Wil af, tot de politie gearriveerd was, terwijl ze steeds het strand aftuurden in de hoop een blik op te vangen van het wagentje met hun zoontje.

De politie arriveerde en nam notitie van het verhaal van An en Wil.

Direct werd er een alert uitgestuurd omdat het wel duidelijk was voor de politie dat het hier ging om een geval waarbij direct actie ondernomen moest worden.

Terwijl de politie onderzoek deed naar het voorval en naar de gemeente medewerker, keerden An en Wil

radeloos terug naar huis, nadat ze op meerdere plekken de zeewering waren overgegaan om te zoeken naar hun kindje.

Laat in de avond werd Egbert gevonden in de woning van de gemeente medewerker H.

De politie was nagegaan wie er voor de gemeente op het wagentje gereden had en had doorgekregen dat het een pedofiel (H.) was, die als taakstraf werkte op het strand voor de gemeente.

Toen de politie zijn huis binnenviel, zat H. rustig televisie te kijken en deed of hij zich van geen kwaad bewust was.

Egbert werd gevonden onder het bed in de slaapkamer van H., waarna de H. gearresteerd werd en opgesloten in gevangenis Torentijd, in afwachting van zijn proces.

Enkele maanden later liepen de emoties tijdens het proces tegen H. hoog op bij An en Wil die zich afvroegen hoe het mogelijk was, dat de gemeente zulke mensen voor de gemeente liet werken.



Balthasar Protect

Niet alleen H., maar ook de gemeente had schuld aan de dood van Egbert, volgens de ouders.

H. van wie bekend was dat hij meerdere keren in de fout gegaan was met heel jonge kinderen, werd deze keer veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf met TBS.

Het mocht natuurlijk allemaal niet baten, want Egbert, misbruikt en vermoord, was niet meer.

Posted on Leave a comment

205 – De vloekende kapelaan

kapelaan_

De vloekende kapelaan

Een Anekdote door Dre Welsuit

1964, de gemeenschap werd  nog volledig gedicteerd door het katholicisme.

Voor de mensen in de dorpen werd nagedacht door de kerk en de staat, zodat ze dat zelf niet hoefden te doen. De meeste mensen waren daar tevreden mee omdat ze van niets anders wisten, maar er waren ook mensen die wél eens zelf nadachten. Deze mensen hadden het vaak moeilijk om hun mond te houden tegen de pastoor of zijn assistent, de kapelaan.

Door de week was het vaak hard werken en in het weekend mocht men was losser zijn en zelf bepalen wat men deed, echter pas nadat men op zaterdagnamiddag (zaterdag was een werkdag) naar de lof mis en op zondag naar de vroegmis gegaan was.

De gemeenschap werd volledig gedomineerd (het ingesloten woord dominee is wel grappig in deze katholieke context) door het geloof.



liefdesverdriet

Van jongs af aan werden de mensen opgevoed in een zeer strenge doctrine.

Geregeld moesten de mensen biechten, wat er op neerkwam dat ze  in een benauwend hokje tegen de pastoor vertelden wat ze allemaal mispeuterd hadden. Na enkele onzevadertjes of weesgegroetjes was dan alles weer in orde.

Zodoende wist de pastoor ook via deze biecht lijn, veel over wat er in de gemeenschap speelde.

De kinderen op school moesten, dagelijks uit de catechismus lezen, die men kan zien als een soort verkleinde bijbel. De oefeningen die in de catechismus stonden moesten dan ook regelmatig uit het hoofd geleerd worden zoals bijvoorbeeld de ‘oefening van geloof’ en de ‘oefening van berouw’ en van huis uit kreeg men de boodschap mee:”je zorgt maar dat je een goed cijfer haalt voor godsdienst, anders zwaait er wat”. Dit was vaak een pijnpunt voor kinderen die niet goed konden leren of voor kinderen die dyslectie hadden, een woord waarvan de gewone bevolking  in de jaren ’60 nog nooit gehoord had. Deze kinderen werden bestempeld als kinderen die niet wilden leren en kregen als ze ouder werden ook vaak de slechtste banen.



Yoga stap voor stap

De katholieke week.

Op maandagavond zongen de meeste jongens in zo’n kleine gemeenschap (verplicht) in het kerkkoor. De latijnse mis werd aangeleerd en volledig uit het hoofd gezongen door de kinderen die geen woord latijn begrepen en geen muzieknoot konden lezen.

Op dinsdag was er een vroegmis om half acht, die een half uurtje duurde want om 8 uur begon de naast de kerk gelegen lagere school.

Op dinsdag en donderdag avond mochten in de winter de kinderen gaan spelen in het dorpshuis, de avond van ‘het patronaat’ van de kerk, die de middelen verschafte zoals een biljarttafel, tafeltennis tafel en allerlei spulletjes om zich creatief mee bezig te houden.



Cursus Copywriting in 30 dagen

‘s woensdags kwam de pastoor langs op de lagere school en vertelde allerlei mooie verhalen uit de bijbel, die natuurlijk allemaal waar waren, want pastoors liegen nu eenmaal nooit.

Na de spannende verhalen mochten de kinderen ook vragen over het geloof stellen aan de pastoor en die gaf dan de meest merkwaardige antwoorden over zaken waar de kinderen nog nooit van gehoord hadden. Als de pastoor zelf geen antwoord kon vinden op de vragen van de kinderen, dan kwam regelmatig de opmerking naar voren:”gods wegen zijn ondoorgrondelijk”, wat door hem dan uitgelegd werd als:”dat weet alleen god”.

Op donderdag was er weer een vroegmis en om half acht  ‘s avonds ging men, zeker in de winter, ter ontspanning naar het patronaat.

Vrijdags was er meestal door de kinderrijke gezinnen in de dorpen wel een trouwfeest of een begrafenis, die natuurlijk in de kerk plaats vonden.

Van de grote kinderrijke gezinnen  werd verwacht dat er tenminste ééntje misdienaar werd, zodat de pastoor altijd (gratis) assistentie had tijdens de mis.

‘s zaterdags was er in de namiddag een korte kerkdienst genaamd ‘het lof’.

Op zondag ging men naar de vroeg of laat mis.

De vroegmis was voor ‘de goede mensen’ en begon op zondag om 08.00 uur, en de laatmis was voor de mensen die het wat beter hadden, de middenstand en de mensen die laat hadden moeten werken zoals verpleegsters, agenten mensen in de horeca en dergelijke beroepen.

Daarom begon de laatmis pas om 10.00 uur ‘s ochtends en voor de mensen die altijd naar de vroegmis gingen was dat de mis voor de luiaards die altijd ‘zo lang sliepen’.

Voornamelijk in de winter werd er op zondag een ‘stomme’ film gedraaid in het dorpshuis, uitgaande van de kerk die vooraf keurde of de film ‘wel kon’, volgens het geloof.

Meestal werd het dan ook een film in zwart-wit (stom= zonder gesproken woord en met pianobegeleiding) van bijvoorbeeld charley chaplin of de comedy capers.

Bijna niemand had in die dagen thuis televisie, dus gezamenlijk film kijken was elke week weer een belevenis.

Als men niet als buitenbeentje aangemerkt wilde worden moest men wel altijd de pastoor gelijk geven, dat was ook belangrijk omdat de pastoor er vaak voor zorgde dat mensen een baan hadden binnen de gemeenschap. De pastoor vond het altijd beter om mensen binnen de gemeenschap aan het werk te houden, dan erbuiten, in verband met complicaties door ander gedachtengoed.

Het was niet denkbaar dat een katholieke timmerman, voor de protestantse aannemer in het naburige dorp zou werken.

De kapelaan

Het was midden in de zomer, juli 1964, een zeer warme dag met veel zonneschijn en geen wind.

Johan, een jongetje van 8 jaar oud was buiten aan het spelen, helemaal alleen, in het dorpje waar hij woonde.

In het kinderrijke katholieke dorpje waren op dat moment geen andere kinderen op straat.

Johan had de kapelaan zien aankomen op zijn fiets. Hij ging naar een van de pubers in de buurt

die aangegeven had dat hij pastoor wilde worden. Meestal werd een van de boerenzoons pastoor, maar soms was er plaats voor iemand van het ‘gewone’ volk als bleek dat zo iemand bovenmatig intelligent was en graag pastoor wilde worden. Maar wat graag gaven de pastoor en de kapelaan voorlichting over de studie en alles wat er mee te maken had.

Terwijl Johan buiten aan het oefenen was met zijn knikkers die hard weggeschoten moesten worden om andere knikkers te verslaan tijdens de knikkerspelletjes met andere kinderen. Hoe beter men kon knikkeren immers, hoe meer knikkers men had.

Tijdens het oefenen schoot een van de knikkers de verkeerde kant op en schoot onder de heg van een van de buren van Johan, die Johan natuurlijk terug ‘moest en zou’ hebben.

Terwijl Johan aan het zoeken was, kwam de kapelaan naar buiten, nam afscheid van de buren en liep naar zijn fiets.

kapelaan

Johan had altijd iets engs gevonden aan mannen in lange zwarte jurken en was altijd een beetje argwanend als ze hem aanspraken.

De kapelaan sprong op zijn fiets en wilde aanzetten om te vertrekken, maar op dat moment was de ketting van zijn fiets losgeraakt en tussen zijn bagagedrager en het wiel, klem komen te zitten.

Uit alle macht trok de kapelaan aan de ketting, die geen millimeter meegaf. Hoe meer hij aan de ketting trok,hoe vaster hij kwam te zitten en  hoe driftiger de kapelaan werd. Plotseling begon hij kei en kei hard te vloeken terwijl hij wild tegen zijn fiets aan schopte.

Godver, godver de godver***me. God, god, god gloeiende godver***me raasde de kappelaan tegen zijn fiets zeker vijf minuten lang, terwijl Johan aan de andere kant van de heg met open mond van verbazing zat te luisteren en te kijken naar de kapelaan.

Omdat het niet lukte om de ketting weer op zijn plaats te krijgen, liep de kapelaan te voet , zijn fiets al vloekend meezeulend, weg.

Johan ging naar huis en vertelde wat hij gehoord en gezien had tegen zijn moeder.

Dat kon niet waar zijn vond zijn streng religieuze moeder. Kapelaans vloeken nu eenmaal niet.

“Johan, dat zul je wel verkeerd gehoord hebben”, zei Johan’s moeder.

“Denk erom dat je dit verhaal nooit meer tegen iemand verteld, anders zwaait er wat”.



Welkom bij Nihonsport.nl

Johan heeft het verhaal nooit meer tegen iemand verteld en is katholiek gebleven tot hij volwassen was, voornamelijk omdat hij anders geen zakgeld meer kreeg op zondag.

Eenmaal volwassen heeft hij na veel nadenken, mede door andere gebeurtenissen in zijn leven, het katholieke geloof vaarwel gezegd.

Posted on Leave a comment

204 – De vermiste baby

de vermiste baby

De vermiste baby


de vermiste baby

Ze waren toe aan vakantie, Ute en Dietrich een jong stel uit Keulen in Duitsland.

Dietrich was stratenmaker en Ute werkte als serveerster in een café met uitzicht op de rivier de Rijn, waar dagelijks binnenvaartschepen en jachten passeerden alsook vele wandelaars en fietsers op de dagen dat het weer goed was.

Kort voor haar zwangerschap was Ute’s moeder overleden en toen ze zwanger werd, was het net alsof “iets” in haar zei, dat de geest van haar moeder zou voortleven in haar baby.

Ute hield van uitgaan en dansen, naar andere steden gaan, winkelen en reizen, voor zover dat mogelijk was, financieel gezien.

Dietrich was meer een gamer en een thuiszitter, maar hij sloot zich bijna altijd aan bij de wens van Ute om ergens heen te gaan.

Ute en Dietrich woonden in een eenvoudig, niet te duur appartementje, aan de rand van de binnenstad van Keulen. Alle winkels en horecagelegenheden waren binnen ‘handbereik’.

Als ze geen zin hadden om te koken waren er alternatieven genoeg zoals de Imbiss om de hoek, de Mexicaan, het Turkse afhaal restaurantje en vele andere zowel Duitse als buitenlandse zaakjes waar een keur aan afhaal-gerechten gehaald of thuisbezorgd kon worden.

Voordat het te verwachten drukke seizoen aanbrak voor het café waar Ute werkte, wilde ze nog een weekje met vakantie, niet te ver weg, Holland was niet zo ver en zo kwam het dat na enig gespeur op het internet, een vakantie huisje in Nieuwvliet werd geboekt en de voorbereidingen voor de vakantie van start waren gegaan. Met het nieuwe huisgenootje was het leven wel een ietsje complexer geworden, maar daar werd niet al te zwaar aan getild.

De bevalling was zwaar geweest, Anna-Rose was geboren met behulp van de keizersnee en Ute had weken nodig gehad om weer een beetje op krachten te komen.

Vol goede moed om de nare herinneringen van de laatste tijd, gemengd met de vrolijke gebeurtenis van de geboorte van hun baby trokken ze naar Nieuwvliet naar het huisje dat ze voor de duur van een week gehuurd hadden.

Anna-Rose was een vrolijke mooie baby en sliep voorbeeldig op de momenten dat dat voor een baby nodig was en huilde alleen om haar ouders te laten merken dat ze honger had.

Zowel Ute als Dietrich waren dol op de baby en vele uren werd het kindje dan ook bewonderd door beide jonge ouders.

Uiteraard ging de baby overal mee naar toe, maar was nog te klein om zelf te spelen dus werd ze vervoerd in de maxi-cosi, wat een handig vervoermiddel is voor baby’s van haar leeftijd.

Enkele dagen hadden Ute en Dietrich al genoten van het mooie weer in Zeeland en van het strand bij Nieuwvliet wat op dit moment in het voorseizoen in Mei, nog niet te druk was.

Na enige dagen besloten ze naar het dorpje Cadzand te gaan om eens te zien wat daar te beleven was. Ze wisten door de folders die ze in het gehuurde huisje hadden gelezen, dat Cadzand-bad aan zee lag en dat er ook brede stranden waren, dus togen ze van Nieuwvliet, met de auto van Ute’s vader, naar Cadzand-Bad.

Ze kwamen terecht vlakbij de Zwin-Hoeve, een camping tussen Cadzand en Retranchement.

De auto werd geparkeerd en het parasolletje werd aan de maxi-cosi bevestigd en zo gingen ze over het duinpad naar het strand in het natuurgebied ‘het Zwin’.

<ahref=”https://ds1.nl/c/?si=7887&li=1412237&wi=345750&ws=” target=”_blank” rel=”noopener sponsored”>

Het was een heerlijke dag, met volop zon, rustig weer en heerlijk warm water, voor de tijd van het jaar.

Ze hadden de zelfgemaakte lekkernijen uit het picknick mandje gegeten en Anna-Rose had haar flesje helemaal leeggedronken en lag rustig en vredig te slapen, beschermd tegen de zon door het parasolletje dat aan de maxi-cosi vastzat.

Ute had wat liggen lezen in een Nederlands tijdschrift, waar ze slechts de helft van begreep omdat ze geen Nederlands sprak en Dietrich was nadat hij een tijdlang ‘gebakken’ was in de zon, begonnen met het spelen van een spelletje op zijn I-phone.

Na enkele uren op het stand te zijn geweest, vonden ze het tijd om weer naar het vakantiehuisje te gaan en de spulletjes werden bijeengeraapt en terwijl ze in een heftige discussie verzeild geraakten

togen ze huiswaarts.

De intensieve conversatie duurde voort tot ze bij het huisje aangekomen waren en eenmaal in het vakantiehuis sloeg de schrik bij Ute om het hart.

Waar was Anna-Rose?

Door het drukke gesprek, waren ze helemaal vergeten de baby mee te nemen!

Huilend vertelde ze aan Dietrich dat Anne-|Rose nog in Cadzand moest zijn en daarop renden beiden naar de auto en vlogen, zich schuldig makend aan enkele behoorlijke snelheidsovertredingen richting Cadzand.

Intussen op het strand

Een ouder Nederlands stelletje had evenals Ute en Dietrich een aangename middag doorgebracht op het strand in natuurgebied het Zwin bij Cadzand.

Toen ze de spulletjes bij elkaar gezocht hadden om huiswaarts te keren, viel het hun op dat er een kindje, helemaal alleen op het strand in een maxi-cosi lag te slapen. Enige tijd daarvoor hadden ze nog wel mensen gezien, waarvan ze eerst dachten dat het de ouders waren, maar deze waren nergens te bekennen en ze wisten ook niet zeker of het de ouders wel waren.

Ze bleven nog een half uurtje langer dan gepland op het strand en mogelijke ouders van het kindje waren niet te zien.

Daarom besloten ze het kindje mee te nemen en gingen ermee naar het restaurant aan de andere kant van het duin, dat vlakbij was.

De eigenaar van het restaurant werd op de hoogste gesteld van het voorval en de Anne-Rose was inmiddels wakker geworden en scheen zich aardig te amuseren met het oudere echtpaar.

Deze oudere mensen zeiden “we wachten nog een half uurtje en als er dan niemand om het kindje komt, dan nemen we het mee naar het politie bureau in Oostburg.

Inmiddels bij de camping aangekomen renden Ute en Dietrich om het hardst naar de overkant van het duin, waar ze de middag doorgebracht hadden.

Tot hun grote schrik, was de baby verdwenen.

Vertwijfeld en diep geëmotioneerd probeerden ze aan de overgebleven mensen op het strand duidelijk te maken dat hun baby verdwenen was, in het gebrekkige Duits-half-Nederlands dat ze machtig waren.

Niemand had echter de baby gezien.

Radeloos keerden ze terug naar de auto maar als door een ingeving zei Dieter, kom we gaan even langs het restaurant om te vragen of iemand iets van Anna-Rose gezien of gehoord heeft alvorens we naar het politiebureau gaan om aangifte van vermissing te doen.

Ze stapten het restaurant binnen en wie zat daar, vrolijk kraaiend en spelend met een inmiddels verworven knuffel?

Ute schreeuwde haar naam huilend uit en rende naar de maxi-cosi en pakte Anna-Rose uit de maxi-cosi en drukte haar stevig tegen zich aan, terwijl de tranen van haar wangen op het kindje vielen.

de vermiste baby met moeder

Na een moeilijke conversatie met het oudere echtpaar die deze mensen ‘s middags met de baby op het strand gezien hadden en die Anna-Rose in veiligheid gebracht hadden en duizend maal bedankt te hebben gezegd, keerden Ute en Dietrich met rode gezichten van schaamte en van blijdschap en met Anna-Rose, terug naar hun vakantie woning in Nieuwvliet.

Posted on Leave a comment

203 – De Huilbaby

huilbaby

De Huilbaby 

Een anekdote van Dre Welsuit

Ede, juli 1995

Het was midden in de zomer, met 38 graden en geen wind, bloedheet.

Werner, de baby van een half jaar lag lekker in zijn wiegje te slapen.

Papa en mama zaten buiten in de schaduw, een beetje te lezen, te praten over van alles en nog wat en na de koffie en thee nog vele glazen water en af en toe een glas limonade te drinken.

Toen werd plotseling de stilte doorbroken door Werner, die begon te huilen.

Mama pakte hem uit de wieg en wiegde hem heen en weer om hem te troosten, echter zonder resultaat.

Wernertje bleef maar huilen en huilen.

Papa en mama werden na een tijdje toch wel wat ongerust, wat moesten ze doen? Had Werner honger?

Zijn flesje pap lustte hij niet dus dat was niet waarschijnlijk.

Zou hij ziek zijn? Natuurlijk kon een baby van een half jaar oud niet vertellen wat er aan de hand was.

Mama dacht na wat er die dag allemaal gebeurd was. Ze had de boel gestoft, eten klaargemaakt en zelf een broekje voor Werner genaaid, allemaal voor haar geen bijzondere dingen.

Werner was gewassen en had pas een schone luier aan gekregen en zag er topfit uit met de rode bolle wangetje die hij had.

Tot een paar uur geleden was er met Werner niets aan de hand en was hij een leuke levenslustige baby.

Werner brulde de hele buurt bij elkaar, was dan weer 2 minuten stil en begon dan opnieuw onbedaarlijk te huilen.

Dit ging zo al enkele uren door en de bezorgde ouders hadden allebei al eens naar hun eigen ouders gebeld om te vragen wat er mogelijk aan de hand zou kunnen zijn.

De grootouders wisten uiteraard ook niet vanaf afstand een diagnose te stellen en hadden de gebruikelijke checklist doorgenomen.

  1. Wat heeft hij gegeten
  2. Zou hij last van de warmte hebben
  3. Moet hij hoesten
  4. Heeft hij overgegeven

en nog meer van dit soort vragen werden door de ouders beantwoord, waarna iedereen met het raadsel achterbleef, waarom de baby huilde.

In de namiddag besloten de ouders om toch maar eens bij de dokter langs te gaan want het gedrag van hun baby was voor hun toch zeer verontrustend en een dokter weet vaak meer over mogelijke oorzaken.

Bij de dokter aangekomen, na een tijdje in de wachtzaal te hebben gezeten werden ze binnengeroepen met hun Werner die nog steeds aan het huilen was.

Papa en Mama deden uitvoerig verslag van wat er overdag allemaal gebeurd was, wat Werner

allemaal gegeten had enzovoort.

“O.K.” zei de dokter, ik zal hem eens onderzoeken.

De baby werd uitgekleed en mocht zijn luier aanhouden terwijl de dokter met zijn stethoscoop luisterde naar de longen en het hartje.

Er werd aan de armpjes en beentjes getrokken en diverse andere tests gedaan, maar Werner bleef in dezelfde frequentie huilen en huilen.

“Goed” zei de dokter teken de mama van Werner, “Wilt u zijn luier eens uitdoen dan zoeken we verder”!

Toen zag de dokter meteen wat er aan de hand was. Werner had een klein wondje aan zijn bovenbeen en dat kwam door….

Mama wist het meteen…., toen ze het broekje voor Werner gemaakt had, had ze daarvoor een hoop spelden gebruikt en die uiteraard nadat het klaar was, terug in de doos gedaan.

Waarschijnlijk was er een speld aan haar kleren blijven hangen en die was tijdens het verschonen in de luier van Werner gevallen.

Deze speld prikte bij iedere beweging van de baby, steeds weer in zijn been.

Nadat zijn luier uitgedaan was, stopte Werner meteen met huilen en begon naar de dokter te lachen, alsof hij dankbaar was dat de dokter het euvel verholpen had.

De dokter moest hartelijk om het voorval  lachen.

Papa en Mama die inmiddels een hoofd had dat zo rood was als een tomaat, zijn daarna snel naar huis gegaan en hebben over het voorval nooit meer met iemand gesproken.

Natuurlijk willen jullie graag weten wie de ouders waren maar…

Nee…. wij waren het niet zelf maar euh….

Dit valt nu eenmaal onder het schrijversgeheim!

Posted on Leave a comment

202 – De Duim

kapmes

De Duim 

Een anekdote door Dre Welsuit

Een vreselijk  verhaal dat speelde rond 1920 in Zeeuws Vlaanderen in de provincie Zeeland.

Ze waren altijd met z’n tweeën, de landarbeiders Jan en Jan. De ene noemden ze Jan Hette en de tweede Jan Pette, omdat de eerste graag ‘hetten’ (een soort beenbeschermers) droeg die tegenwoordig niet meer vaak gebruikt worden en de tweede Jan droeg altijd waar hij ook heen ging, een pet.

Jarenlang bewerkten ze het land voor de ‘Herenboer’ en grootgrondbezitter  Guust de Paepe. Deze grootgrondbezitter had tientallen landarbeiders in dienst om het land te laten bewerken.

Dagelijks zwoegden de landarbeiders vele uren op het land om de kost te verdienen voor hun vaak grote gezinnen.

Jan Pette had 10 kinderen en dat kwam eigenlijk doordat de pastoor, toen hij pas getrouwd was, elk jaar kwam vragen of er nog een kindje bijkwam omdat het zo leuk was om een groot katholiek gezin te hebben en zoals het een goed katholiek ook betaamde.

Om wat bij te verdienen had Jan naast zijn eigen grote tuin nog een stukje grond in pacht om groenten en fruit te kweken in zijn schaarse vrije tijd. Daarnaast stond Jan elke morgen (7 dagen in de week zomer en winter) ’s morgens om half vijf op om de paarden van de boer eten en drinken te geven, alvorens te voet uiteraard naar het land te lopen om daar te beginnen met de dagelijkse werkzaamheden, zoals het maaien van het graan, het ‘stuiken’ van het vlas en het “kappen” van de bieten (= Met een vlijmscherpe bijl, het loof van de biet hakken. Het loof werd gebruikt als veevoer en van de biet werd suiker gemaakt.), wat in die tijd allemaal handmatig gebeurde.

paard2

Het betreft in dit verhaal  natuurlijk de oogsttijd en niet de zaaitijd waar de jannen in het voorjaar hielpen met het zaaien en planten van de gewassen en het omspitten van het land. Onder het werk hadden de jannen meestal de meeste lol en lachten wat af met de domme verhalen die ze zelf verzonnen over hun eigen dieren, hond, kat en meestal ook een geit of over de boer als die er niet bij was en over vrouwen.

Tijdens het vertellen van een van deze verhalen waren de jannen bieten aan het kappen. Dit werk werd toen nog  geheel handmatig gedaan met een vlijmscherp kapmes. Duizenden en duizenden bieten hadden beiden reeds gekapt in de voorbije jaren.

Toen Jan Hette tijdens het werk weer eens een domme opmerking maakte over een vrouw en een geit, schoot Jan Pette dusdanig in de lach, dat hij per ongeluk met één slag zijn duim afkapte waarmee hij zojuist een biet gepakt had om te bewerken. Een bloederig tafereel natuurlijk.

Geheel tegen zijn geloof in vloekte hij onbedaarlijk en met een verbeten gezicht keek hij jan Hette aan, die natuurlijk spijt had van zijn opmerking en die hem lijkbleek aankeek.

Het leven was hard en medelij kende men niet. Geld was er niet en zo kwam het dat Jan Pette na enige tijd zijn zakdoek om zijn  duim draaide en doorging met werken. Geld voor een dokter was er sowieso niet.

Na een week haalde jan de zakdoek van zijn duim weg, om eens te kijken wat er van geworden was.

De duim was helemaal zwart geworden en er kon niets anders mee gedaan worden dan weggooien.

Jan Pette is wel 91 jaar geworden, maar het leven was sindsdien tot aan zijn pensioen in de zestiger jaren nog harder en moeilijker voor hem.

kapmes
Posted on Leave a comment

201 – De hond

hond
hond

De hond

Ze stonden te fluisteren in de werkplaats voor het kantoor van de baas die aan zijn bureau zat te werken.

5 werknemers in overal variërend in lengte van 1.95m tot 1.56m.

Ze keken elkaar aan met ongeloof, dan weer geamuseerd tot ze plotseling in een gierend en brullend lachen uitbarstten.

“Dat zeg ik tegen de baas” zei Henk (bijgenaamd ‘de korte’) en hij voegde woord bij daad en stapte het kantoor van de baas binnen.

Schijnbaar ‘verbolgen’ klopte hij aan en stapte hij het kantoor van de baas binnen terwijl de andere vier in afwachting van wat gebeuren zou door het raam mee naar binnen stonden te kijken.

Zou Henk dat durven?

“Baas” nou moet u eens luisteren. “De mannen van het bedrijf hiernaast dat zijn toch smeerlappen hé!”

“O ja” ?  “Waarom”? Vroeg de baas die meteen alert opkeek uit zijn werk dat voor hem lag.

“Nou” Zei Henk. “Deze morgen liep er een zwerfhond hier op het terrein en die mannen lieten dat arme dier benzine drinken”.

“Dat is toch wel erg smerig hé?” De baas was het daarmee eens.

Vervolgens ging Henk door met zijn verhaal.

“Daarop begon die hond als een dolle rondjes te lopen en maar rennen en rennen”, het dier wist niet meer van ophouden.

“Plotseling viel hij neer.”

“Ja …En? Was hij dood”? vroeg de baas nieuwsgierig.

“Welnee” zei Henk…”zijn benzine was op”!

Ook de baas schaterde het uit van het lachen samen met het inmiddels toegestroomde kantoorpersoneel en de collega’s van Henk die ook allemaal het verhaal meegeluisterd hadden.

Of Henk ooit nog opslag heeft gehad, is niet bekend.