Posted on 1 Comment

De zus van Hildegonda

hildegonda

De zus van Hildegonda

Een sprookje door Dre Welsuit

WALDETRUDIS

Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat Hildegonda en Waldetrudis haar zus,  zwommen in de Westerschelde.

Dit verhaal gaat echter niet over Hildegonda, de welbekende zeemeermin uit Waterlandkerkje in West Zeeuws Vlaanderen in Zeeland, maar over haar zus, de minder bekende Waldetrudis.

De zeemeermin zussen zwommen als zeemeerkind graag en vaak in de Westerschelde en in de Noordzee en speelden en riepen naar elkaar maakten gekke sprongetjes boven water zoals dolfijnen dat doen, speelden met de zeehonden met een bal die ze in het water gevonden hadden  en deden allerlei spelletjes zoals dammen met mosselen en kokkels enzovoorts.

Het leven was fijn voor zeemeerminnen en als ze moe waren dan gingen ze op de zandbank voor het dorpje Hoofdplaat liggen om lekker te zonnen en uit te rusten tussen de zeehonden.

De burgemeester van de gemeente Hoofdplaat heeft speciaal een steiger laten aanleggen voor de bewoners, zodat ze met hun verrekijker kunnen kijken of ze zeemeerminnen of zeemeermannen (want die bestaan ook hoor!) kunnen zien liggen op de zandplaat, tussen de zeehonden die daar verblijven.

JACCO

In Breskens, woonde de familie Aalrechts, een vissersfamilie die al sinds vele decennia leefde van de visvangst.

Pa Aalrechts had een eigen schip, de Breskens 286, een van de vele vissersschepen die toen in de haven van Breskens lagen.

Dit verhaal gaat ook over een van zijn 5 zonen namelijk Jacco Aalrechts.

Jacco was inmiddels een stoere  jongen van 18 jaar, zag er goed uit en de meisjes hingen aan zijn lippen als hij een verhaal vertelde meestal over de dingen die hij beleefd had op zee, wat hij graag deed.

Wat hij niet graag deed, was vissen!  Zijn pa vond het erg jammer dat hij het niet graag deed maar natuurlijk moest hij met zijn broers en zijn vader mee uit vissen omdat dat nu eenmaal nodig was om te overleven voor de familie en hem, maar hij deed het zoals gezegd niet graag.

Als het weer te slecht was dan stonden de vissers van Breskens vaak al vroeg in de morgen op de kaai sterke verhalen tegen elkaar te vertellen.

Zo vertelde iemand van die keer dat een enorme octopus midden op de Noordzee hun schip vastgegrepen had en probeerde om het naar beneden te trekken. Het dier trok uit alle macht aan het schip en het schip dobberde heen en weer.

Gelukkig wisten alle vissers dat octopussen niet van zuurkool houden en daarom hadden ze altijd aan dek een pan verse zuurkool gereed staan want ja, je wist maar nooit. Als ze de zuurkool niet nodig hadden gehad op een reis, maakte hun moeder de zuurkool klaar als ze weer thuiskwamen en daarom vonden ze allemaal dat de zuurkool een feestmaaltijd was.

Nu kwam de zuurkool natuurlijk goed van pas. De Oudste broer van Jacco pakte de pan met zuurkool, deed het deksel er af terwijl de octopus aan het schip trok, en kipte in één keer de pan, helemaal leeg in de mond van de inktvis waardoor deze moest braken en daardoor het schip losliet en de vissers konden wegvaren.



OCEAAN STOMER

Een andere visser vertelde op een keer het verhaal dat ze op de Noordzee aan het varen waren en dat ze pech kregen. Door de sterke Noordenwind werden ze naar het midden van de oceaan geblazen en er was niemand om te helpen. Schepen hebben altijd een pistool aan boord waarmee ze een zogenaamde lichtkogel in de lucht kunnen schieten om andere schepen in de buurt te waarschuwen dat ze in nood zijn, maar helaas was ook het pistool kapot. Tot overmaat van ramp kwam er een oceaanstoomboot, wel 10 keer groter dan de boot van sinterklaas, recht op hen afgevaren.

Het schip kwam dichter en dichter en als er een aanvaring kwam zou het vissersschip zeker zinken.

Zo’n groot schip kan niet vlug remmen of opzij gaan dus kwam het in alle vaart recht op de vissersboot af.

Er was  nog maar vijftig meter tussen de oceaanstomer en de vissersboot boot toen er plots een grote walvis in volle vaart op de visboot toegezwommen kwam en het schip opzij duwde zodat er geen aanvaring kwam. De stoomboot heeft toen de vissersboot op sleeptouw genomen en veilig naar Vlissingen gebracht, waar het schip door de reddingsboot van Breskens, veilig de haven in gesleept werd.

Weer een andere visser vertelde het verhaal over de grootste visvangst van zijn leven. Ze waren dagenlang aan het vissen voor de kust van Schotland en er zat zoveel vis, dat ze na een paar dagen moesten stoppen met vissen van de kapitein, omdat hij bang was dat de boot anders zou zinken door het vele gewicht. Blij en vrolijk voeren de vissers terug richting Breskens maar ze voeren doordat de boot zo zwaar geladen was, heel langzaam.

Plotseling, vlak voor de kust bij Vlissingen stak er een storm op wat vaak gebeurd op de Noordzee. Het schip wiegde gevaarlijk heen en weer en om te voorkomen dat het schip  ging zinken en om de bemanning te redden gaf de kapitein opdracht om alle vis overboord te zetten. Zodoende gooiden de vissers alle vissen terug in zee maar gelukkig kwamen ze weer heelhuids aan in de haven van Breskens.

Dit verhaal staat ook wel bekend als een verhaal verteld in het visserslatijn. Visserslatijn zijn vertellingen zoals deze over bijvoorbeeld iemand die een paling ving van wel drie meter lang of een sliptong van hondervijftig kilo. Verhalen in het visserslatijn zijn meestal niet waar!

BIJZONDERE VANGST

Er werd voor ’s avonds slecht weer voorspeld  en de vader van Jacco Aalrechts besloot om toch nog even te gaan vissen, deze keer niet op de Noordzee want dat was te gevaarlijk, maar in de Westerschelde.

Na een half uurtje varen, net voorbij Hoofdplaat lieten ze de netten zakken die ze na 10 minuten weer uit het water haalden. Tot hun grote verbazing zat er niet alleen wat vis in de netten, maar ook een zeemeermin.

Het was een zeldzaamheid dat zeemeerminnen gevangen werden maar af en toe gebeurde het toch wel eens.

De zeemeermin die gevangen was,  Waldetrudis,  was de zus van Hildegonda, de bekende zeemeermin die nog te zien is op het standbeeld dat voor Waterlandkerkje staat. Vol bewondering keken Jacco en zijn broers naar de zeemeermin, die een schoonheid had die onbeschrijfelijk was. Een prachtig figuurtje een lieflijk mondje prachtige ogen en een ongelofelijk mooie staartvin.

“Gooi haar maar in die bak met water,” zei de vader van Jacco, “we gaan terug naar Breskens en verkopen haar in de vismijn, ik ben benieuwd wat ze zal opbrengen”.

Jacco die op slag verliefd geworden was op de prachtige zeemeermin, was niet bij de zeemeermin weg te houden. Ze smeekte om teruggegooid te worden in het water, maar Jacco’s vader wilde haar verkopen dus dat werd niet gedaan.

Jacco werd gek van de gedachte dat Waldetrudis straks in de vismijn verkocht zou worden. Bij wie zou ze immers terechtkomen? Zou ze voor altijd moeten rondzwemmen in een aquarium? Of in een circus tentoongesteld worden?

ONGEHOORZAAM

Net voor ze de haven van Breskens bereikten deed Jacco iets wat niemand ooit van hem verwacht had, maar  ja mensen die verliefd zijn doen wel meer onverwachte dingen.

Jacco pakte de zeemeermin uit de bak met water en gooide haar in het water.

Woest kwam Jacco’s vader uit de stuurhut gerend en wilde Jacco een pak slaag geven maar voordat hij bij hem was, sprong Jacco overboord.

Op het moment dat hij het water raakte veranderde Jacco in een zeemeerman. Dit kwam door de betovering van Waldetrudis.  Iedereen weet dat zeemeermannen nog zeldzamer zijn dan zeemeerminnen.

“Papa”, wees niet boos,” Zei Jacco ik kom terug en samen met Waldetrudis zwom hij weg.

De volgende dag nadat de storm was gaan liggen kwamen Jacco en Waldetrudis de haven van Breskens in gezwommen en spartelden wat naast de boot van Jacco’s vader.

De vader van Jacco, die inmiddels niet meer boos was maar alleen bezorgt luisterde naar wat Jacco te vertellen had.

“Pap,” Ik ben heel gelukkig hier in het water samen met Waldetrudis en ik kan veel voor jou, mam en mijn broers doen”. “Ik weet waar er veel vis zit en zal je helpen om genoeg vis te vangen voor de hele familie”.

En Jacco deed in het vervolg wat hij beloofd had. Als hij wist waar er veel vis zat, zwom hij naar de haven van Breskens en floot met een snerpende hoge toon op zijn zeemeerman vinnen, zoals mensen op hun vingers fluiten. Jacco’s vader wist dan dat het tijd was om te gaan vissen en onder het varen babbelden Jacco en zijn broers graag wat terwijl Jacco langszij het schip meezwom naar de visplaats.

Vooral als het lekker weer is zijn Jacco en Waldetrudis, maar ook Hildegonda, die inmiddels niet met een visser maar met een ‘gewone’ zeemeerman getrouwd is, te zien op de zandplaat voor Hoofdplaat tussen de zeehonden.

0 0 vote
Article Rating
Subscribe
Notify of
guest
1 Comment
Inline Feedbacks
View all comments
erjilopterin
erjilopterin
1 month ago

I couldn’t resist commenting