Posted on Leave a comment

002 – De Duim

kapmes

De Duim 

Een anekdote door Dre Welsuit

Een vreselijk  verhaal dat speelde rond 1920 in Zeeuws Vlaanderen in de provincie Zeeland.

Ze waren altijd met z’n tweeën, de landarbeiders Jan en Jan. De ene noemden ze Jan Hette en de tweede Jan Pette, omdat de eerste graag ‘hetten’ (een soort beenbeschermers) droeg die tegenwoordig niet meer vaak gebruikt worden en de tweede Jan droeg altijd waar hij ook heen ging, een pet.

Jarenlang bewerkten ze het land voor de ‘Herenboer’ en grootgrondbezitter  Guust de Paepe. Deze grootgrondbezitter had tientallen landarbeiders in dienst om het land te laten bewerken.

Dagelijks zwoegden de landarbeiders vele uren op het land om de kost te verdienen voor hun vaak grote gezinnen.

Jan Pette had 10 kinderen en dat kwam eigenlijk doordat de pastoor, toen hij pas getrouwd was, elk jaar kwam vragen of er nog een kindje bijkwam omdat het zo leuk was om een groot katholiek gezin te hebben en zoals het een goed katholiek ook betaamde.

Om wat bij te verdienen had Jan naast zijn eigen grote tuin nog een stukje grond in pacht om groenten en fruit te kweken in zijn schaarse vrije tijd. Daarnaast stond Jan elke morgen (7 dagen in de week zomer en winter) ’s morgens om half vijf op om de paarden van de boer eten en drinken te geven, alvorens te voet uiteraard naar het land te lopen om daar te beginnen met de dagelijkse werkzaamheden, zoals het maaien van het graan, het ‘stuiken’ van het vlas en het “kappen” van de bieten (= Met een vlijmscherpe bijl, het loof van de biet hakken. Het loof werd gebruikt als veevoer en van de biet werd suiker gemaakt.), wat in die tijd allemaal handmatig gebeurde.

paard2

Het betreft in dit verhaal  natuurlijk de oogsttijd en niet de zaaitijd waar de jannen in het voorjaar hielpen met het zaaien en planten van de gewassen en het omspitten van het land. Onder het werk hadden de jannen meestal de meeste lol en lachten wat af met de domme verhalen die ze zelf verzonnen over hun eigen dieren, hond, kat en meestal ook een geit of over de boer als die er niet bij was en over vrouwen.

Tijdens het vertellen van een van deze verhalen waren de jannen bieten aan het kappen. Dit werk werd toen nog  geheel handmatig gedaan met een vlijmscherp kapmes. Duizenden en duizenden bieten hadden beiden reeds gekapt in de voorbije jaren.

Toen Jan Hette tijdens het werk weer eens een domme opmerking maakte over een vrouw en een geit, schoot Jan Pette dusdanig in de lach, dat hij per ongeluk met één slag zijn duim afkapte waarmee hij zojuist een biet gepakt had om te bewerken. Een bloederig tafereel natuurlijk.

Geheel tegen zijn geloof in vloekte hij onbedaarlijk en met een verbeten gezicht keek hij jan Hette aan, die natuurlijk spijt had van zijn opmerking en die hem lijkbleek aankeek.

Het leven was hard en medelij kende men niet. Geld was er niet en zo kwam het dat Jan Pette na enige tijd zijn zakdoek om zijn  duim draaide en doorging met werken. Geld voor een dokter was er sowieso niet.

Na een week haalde jan de zakdoek van zijn duim weg, om eens te kijken wat er van geworden was.

De duim was helemaal zwart geworden en er kon niets anders mee gedaan worden dan weggooien.

Jan Pette is wel 91 jaar geworden, maar het leven was sindsdien tot aan zijn pensioen in de zestiger jaren nog harder en moeilijker voor hem.

kapmes
0 0 vote
Article Rating
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments