Posted on Leave a comment

303 – Reus Bram van Breskens

bram de reus van breskens
bram de reus van breskens
Bram, de Reus van Breskens Een paar jaar geleden gebeurde er in Breskens in West  Zeeuws Vlaanderen iets wat je zou kunnen noemen ‘zeer merkwaardig’. Reeds vele jaren kwam er vlakbij Breskens, bij de vuurtoren van Nieuwe Sluis aan “het zandertje” een enorme Reus vanaf de wal, met zijn hengel vissen. De Reus was een grote liefhebber van vis en viste dan ook elke dag, 7 dagen in de week, omdat zijn  hongerig gevoel maar bleef duren en duren. Elke dag opnieuw kreeg hij een enorme honger en daarom ging hij ook elke dag vissen.

Top aanbieding: 5 nummers € 18,95

’s Avonds na het vissen verdween hij richting Vlissingen en werd een paar minuten later in Rotterdam gezien en de mensen zeiden dat hij vanaf Schiermonnikoog (een eiland in de Waddenzee bij Nederland) naar Denemarken sprong, vervolgens sprong hij naar IJsland en dan weer naar Groenland waar hij woonde. Voor zo’n grote reus duurde het dus niet lang eer hij thuis was. De Vuurtoren De plaats die hij uitgekozen had om te gaan vissen was toch ook wel enigszins merkwaardig. Hij zat namelijk het liefst naast de Vuurtoren aan het zandertje bij Nieuwe Sluis. De vuurtoren was in vroeger jaren gebouwd om de schepen die naar de haven van Breskens voeren, in het pikkedonker ‘s nachts, te voorzien van een lichtpunt zodat de schepen  wisten waar ze zich bevonden en zodoende veilig de haven van Breskens konden bereiken, Dit was een geweldig hulpmiddel voor de schepen natuurlijk, zowel ‘s nachts als wanneer het erg mistig was. Het licht van de vuurtoren scheen altijd als het nodig was. Waar Bram precies vandaan kwam wisten de mensen eigenlijk niet maar ‘men vertelde’ dat hij bij zijn vader en moeder in een torenhoge flat op Groenland woonde. Sommige mensen weten nu eenmaal meer dan anderen. Als kleine reus was Bram wel eens stout en deed niet precies wat zijn papa en mama hem gezegd hadden. Zo kwam het dat Bram in de wereld van de gewone mensen terecht kwam en door een dorp liep. In dat dorp ging hij per ongeluk met zijn grote voet op een auto staan. De auto was meteen zo plat als een euro. Gelukkig zaten er op dat moment geen mensen in die auto. Bram die erg geschrokken was van het voorval, vertelde het thuis tegen zijn ouders. Zijn ouders waren erg boos. “We hebben toch tegen jou gezegd dat je niet door de stad of door de dorpen van de mensen moet lopen?”, riepen zijn ouders tegen hem. Bram wist het natuurlijk wel maar hij was zo nieuwsgierig om te weten wat er in de dorpen of in een stad gebeurde, dat hij het toch deed. Nadat hij voor straf het gras gemaaid had en thuis de afwas had moeten doen, beloofde hij om nooit weer onvoorzichtig door een dorp te lopen. Verder was Bram eigenlijk een heel lieve reus die meestal naar zijn ouders luisterde en in een bijzonder geval had hij bij kerstmis, de kerstman geholpen. Kerstmis Het was kerstmis en dus voor de kerstman de drukste tijd van het jaar. De elfjes hadden met zijn allen geholpen, dagen en dagen lang, om alle cadeautjes  voor de kinderen op de hele wereld uit te zoeken en  in te pakken. Hierdoor waren de elfjes zo hartstikke moe, dat ze op kerstdag bijna geen ‘pap’ meer konden zeggen. Dat was natuurlijk een ramp voor de kerstman want de cadeautjes moesten op deze dag bij de kinderen overal ter wereld bezorgd worden. De kerstman zat te kniezen en te klagen en vroeg zich af hoe het zo ver had kunnen komen dat de elfjes te moe waren om te helpen de pakjes te bezorgen. De ramp voor de kerstman was nog niet compleet want ook zijn rendieren waren ziek geworden omdat ze iets verkeerds gegeten hadden. Geen van de rendieren waar de kerstman normaal gezien mee door de lucht vloog om de pakjes te bezorgen, kon op 1e kerstdag helpen. Gelukkig had een van de elfjes die samen met de kerstman op Groenland woonde, tegen Bram de reus gezegd, wat er aan de hand was. Bram was onmiddellijk bereid om de helpende hand te bieden en stapte naar de kerstman en zei terwijl de kerstman luisterde met vingers in zijn beide oren: ”Ik wil wel helpen, ik breng u overal naar toe en help u om de cadeautjes van de kinderen te bezorgen. De kerstman was maar wat blij geweest met de hulp van Bram en die kerst waren alle pakjes toch nog op tijd bij de kinderen op de hele wereld terecht gekomen. Bang In het begin waren de mensen erg bang toen ze Bram bij de vuurtoren zagen zitten om te vissen. Niet dat hij lelijke dingen deed of zo, maar gewoon omdat hij zo heel erg groot was. Hij was namelijk net zo groot als de vuurtoren! Bram was iemand die heel weinig sprak en dat kwam eigenlijk omdat zijn stemgeluid loei en loei hard was. Ook als hij fluisterde, staken de mensen  hun vingers in allebei hun oren om het geluid van de stem van Bram te verzachten. De mensen uit Breskens en omgeving wisten inmiddels wel dat Bram een lieve reus was en dat kwam door het volgende.

 
De veerboot   Op een dag vertrok de veerboot Vlissingen Breskens, uit de haven van Vlissingen, richting Breskens. Het waaide wel hard maar eigenlijk niet zo hard dat het gevaarlijk was om de Westerschelde over te steken met de veerboot. Echter een stuk voordat de Westerschelde Ferry de haven van Breskens bereikte, stak er een enorme storm op. De mensen op de veerboot werden heen en weer geschud en schreeuwden in paniek om hulp. Al snel dreigde de veerboot te gaan zinken maar Bram, die zo als gewoonlijk bij de vuurtoren zat te vissen had alles gezien en gooide zijn hengel uit naar de veerboot. Het lukte hem om in één keer raak te gooien en de haak van zijn hengel zat vast aan de veerboot, waarna Bram de veerboot in snel tempo naar de kant trok. Toen hij de veerboot aan de kant had, nam hij de boot onder zijn arm en bracht hem veilig naar de veerhaven in Breskens, waar de mensen gelukkig veilig en gezond konden uitstappen. Je begrijp dat de mensen erg dankbaar waren. Iedereen was blij met de ‘reus van Breskens’ zoals Bram altijd genoemd werd om hem niet te verwarren met een notaris die reus heette die in Groede woonde en dat was een meneer die niet zo groot was. (dat was de reus van Groede) Om  te laten zien hoe dankbaar ze waren, voer de volgende dag ( de storm was ondertussen gaan liggen) de hele vissersvloot van Breskens uit om vis te gaan vangen en de vele vissen die ze gevangen hadden gaven ze gratis weg aan Bram zodat Bram eindelijk eens een week vakantie kon nemen, zonder honger te hoeven lijden. De grote vis Op een dag zat Bram weer te vissen bij de vuurtoren en vaak gebeurde het dat hij zomaar ineens een zeemeeuw uit de lucht griste en direct opat met veren en al. Bram at graag zeemeeuw, zoals kinderen graag snoepjes of chips eten. Op die dag had Bram nog niet veel vis gevangen en hij dacht: ”weet je wat?”, in plaats van een klein stukje brood aan de haak van mijn hengel te doen, doe ik er een heel brood aan”. “Ik ben benieuwd wat er dan zal gebeuren.” Zo gezegd zo gedaan, Bram gooide zijn lijn in zee met heel het brood er aan en ging zitten wachten en wachten. Plotseling zag hij zijn hengel met een enorme kracht heen en weer gaan en uit ervaring wist hij dat er dan een vis aan de haak zat. Deze keer echter zat er een vis aan de haak die zo groot en zwaar was, zoals nog nooit iemand zo’n grote vis in de Westerschelde gezien had. (behalve walvissen natuurlijk maar die zwemmen bijna nooit in de Westerschelde!). Uit alle macht begon reus Bram aan zijn hengel te trekken en trekken en opeens met een grote zwaai kwam de vis uit het water en vloog hoog boven in de lucht richting Breskens. Onderweg vloog  de vis rakelings lang een  vliegtuig en de mensen in het vliegtuig waren maar wat verbaasd natuurlijk dat ze zo’n grote vis zagen vliegen. Dat zie je nou eenmaal niet elke dag. Toen viel de vis kilometers naar beneden en kwam midden in Breskens terecht, vlak bij de haven. Hij was met zijn staart naar beneden gevallen en alleen de bovenste helft van de vis stak nog boven de grond uit. Bram liep met een paar stappen naar Breskens toe en probeerde de vis uit de grond te trekken, maar in de vis die inmiddels versteend was doordat hij door de koude lucht heen gevlogen was, was geen beweging te krijgen. Na een kwartiertje proberen gaf Bram het op en ging terug naar de vuurtoren om verder te vissen, Dit keer weer gewoon met kleine stukjes brood. De mensen in Breskens die de vis gezien hadden, waarschuwden de burgemeester. Burgemeester Grijpstuiver van de Gemeente Sluis kwam onmiddellijk met paard en wagen naar Breskens om zelf te zien wat er aan de hand was. Nu zul je denken waarom reed de burgemeester niet met de auto? Wel, dat kwam zo. In de voorgaande jaren was hij vergeten zijn rijbewijs te halen en toen hij eenmaal burgemeester was, had hij door deze drukke baan eenvoudigweg geen tijd meer om zijn rijbewijs te halen. ’s Avonds na 8 uur reden er in de gemeente Sluis geen bussen meer en een tram was al tientallen jaren geleden dat ze die hadden. De mensen uit de gemeente Sluis wisten  dat wanneer  ze de laatste bus naar hun eigen dorp gemist hadden, dan konden ze  de burgemeester bellen en die kwam dan de mensen ophalen met paard en wagen en bracht ze naar huis. Dit kon tot 11 uur ’s avonds want daarna ging de burgemeester slapen. Onderweg werd er door de mensen over van alles en nog wat gepraat en daardoor wist de burgemeester heel goed wat er gebeurde in zijn gemeente. In Breskens aangekomen zag burgemeester Grijpstuiver de vis en rondom de vis stonden inmiddels tientallen mensen. grote vis breskens De burgemeester vond het maar niks, zo’n vis midden in het dorp en omdat hij een meneer uit Rotterdam kende die kraandrijver was, (iemand die een hele grote hijskraan kan besturen) belde hij de volgende dag naar deze meneer en vroeg hem om de vis uit de grond te trekken. De kraandrijver De kraandrijver was eigenlijk een buitenlandse meneer die uit Litouwen kwam, een land dat naast Rusland ligt. Deze kraandrijver werkte meestal in de haven van Rotterdam en kon met zijn hijskraan de zwaarste voorwerpen oplichten, zoals containers geladen met zakken zand of suiker, schepen, zware boomstammen, niets was te zwaar voor zijn kraan.  De kraandrijver was altijd vrolijk en zong altijd hetzelfde liedje als hij aan het werk was. Het was een Engels liedje dat heette:”You’ll never walk alone.” De Litouwer probeerde met een zware  ketting die hij  rond de vis geplaatst had, om de vis uit de grond te trekken. Hoe hij ook trok en heen en weer bewoog met zijn grote kraan, het lukte ook hem niet om de vis uit de grond te krijgen. Inmiddels kwamen steeds meer en meer mensen kijken naar de inmiddels beroemd geworden vis. “Burgemeester, laat die vis toch zitten waar hij zit,” zeiden de mensen tegen burgemeester Grijpstuiver. “Wij vinden het mooi, en kijk eens al die mensen die komen kijken!” Dit is goed voor Breskens. Als zoveel mensen komen kijken, eten ze hier in de cafeetjes een lekker hapje en drinken een glaasje limonade of eten een ijsje. Daar had de burgemeester nog niet aan gedacht en ja soms moet je als burgemeester ook wel een iets doen dat de mensen leuk vinden. Daarom besloot de burgemeester om de vis gewoon te laten waar hij was. Op de jaarlijkse visserijfeesten, een feest dat elk jaar in Breskens plaatsvindt, komen tienduizenden mensen kijken naar de vis en maken duizenden mensen er foto’s van. Ook waren de mensen gaan houden van het liedje dat de kraandrijver uit Litouwen altijd zong: “You’ll never walk alone” terwijl hij aan het werk was en op het volgende visserijfeest zong hij het liedje dan ook op uitnodiging van de burgemeester voor alle mensen door een microfoon. De mensen uit Breskens waren natuurlijk maar wat blij met ‘hun’ Reus en ‘hun vis’. Waar is Bram ? Reus Bram is daarna nog vele jaren gezien aan de vuurtoren maar ineens verscheen hij niet meer. De mensen die altijd meer weten dan een ander, zeiden dat hij een ander visstekje gevonden had, waar hij rustiger kon vissen en waar niet zoveel schepen langs zijn vislijn voeren. Dat is het laatste wat men van reus Bram gehoord heeft, de vis staat echter nog steeds in Breskens en er komen nog steeds duizenden mensen naar kijken.
0 0 vote
Article Rating
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Inline Feedbacks
View all comments